De gemeente gratie - pagina 400
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
MIDDELLIJKE WEEKING.
396
kunnen" zonder Gods
was het mogelijk de doorwerking van „zonde
wil,
en ellende" in haar vaart te stuiten, en alzoo de gemeene gratie mogelijk te
maken. Algemeene onderstelling
is
met het nauwer verband
dat ons menschelijk leven
hierbij,
nauw verband dan gemeenlijk wordt opgemerkt. Een iegelijk onzer erkent dat verband bij den val in het Paradijs, en geeft ook toe, dat er nu en dan nog satanische invloeden op ons werken; maar voor het overige is de inwerking van de geestenwereld op ons leven voor de meesten een gesloten leven der geestenwereld in
staat, in veel
zelfs
Rome had
boek.
maar ze
leven,
die
inwerking veel krachtiger voor het zielsbesef doen
kwader ure ingeschoven tusschen den Heiland en onze
te
en overmits op die wijs aan de geheel eenige eere van den Christus
ziel,
afbreuk werd gedaan, heeft de Hervorming toen terecht de engelenverheerlijking
en het inroepen van der engelen voorbede teruggedrongen,
edoch zonder ook
zelfs
een poging te wagen,
om
voor de verkeerde voor-
van de inwerking der geesten op ons leven een juiste en betere En de latere Godgeleerden hebben wel,
stelling
voorstelling in de plaats te stellen.
nu en dan,
als ze afzonderlijk
en opzettelijk de leer der engelen bespraken,
een en ander erkend en beleden, dat deze leemte kon aanvullen, maar tot
een principiëele opvatting
is
het toch niet gekomen. Gevolg waarvan was,
dat op de catechisatie zoogoed als nooit, en in de predikatie niet dan uiterst zeldzaam op dit gewichtig stuk
gewezen werd, en zoo
uit
het
ziels-
besef der Protestantsche Christenen de inwerking der geesten bijna spoorloos
verdwenen
is.
Iets
wat
te sterker in het
oog springt, waar de Schriftuur
ons een zoo geheel andere voorstelling aanbeveelt, en met
en
bij
zijn
name
bij
Jezus
apostelen zoowel de inwerking van de booze geesten als van
de goede engelen een zeer breede plaats
in
In ons „Tradaat over de Engelen Gods"
we
hun onderwijs inneemt.
is
hier dieper op ingegaan, en
dan ook naar dat Tractaat verontslaat ons niet van den pHcht, om meer bijzonder wat
voor de bijzonderheden mogen
hier
maar dit de „gemeene gratie" betreft, dit stuk thans nader ter toetse te brengen. Er is, dit lijdt geen tegenspraak, tweeërlei van God uitgaande werking,
wijzen;
de ééne zonder het gebruik van tusschenkomende middelen, en de ander met en door het gebruik van middelen. Reeds de tegenstelling van de
Schepping en de Onderhouding Schepping geldt de regel, dat zijn
uit
ongeziene dingen",
of,
aller
dingen maakt dit duidelijk. Bij de
„de dingen die gezien worden, geworden wilt ge,
de regel van Rom.
gebiedt en het staat er", want dat,
dat „God
Het is deze onmiddellijke „God spreekt en het is er, „door het Woord des Heeren de he-
roept de dingen die niet zijn alsof ze waren".
werking Gods, waarvan de Psalmist
4,
jubelt, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's