De gemeente gratie - pagina 271
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
UITSTRALING VAN DE KERK IN DE WERELD.
dit alleen
onder Israël zoo was ter oorzake van de bedeeling der schaduwen
en dat zoowel de Christus als deeling der
schaduwen gebroken hebben, omdat ze verouderd,
te verbergen voor wie het
;
apostelen ten eenemale met deze be-
zijn
en deswege der verdwijning nabij was, dat verzwijgt
men
267
men
er
wijl vervuld, bij
en poogt
met eigen oog ontdekken zou. Maar juist gepleit, het geweld dat der conscicntie
de hartstocht waarmee ten deze
aangedaan, de valsche voorstelling die gegeven wordt, het levert alles te
men
over bewijs, dat
in het stelsel der
Volkskerk
te
doen heeft met een
van een speciale levensopvatting, die geheel het
onmiddellijk uitvloeisel
doen en laten domineert. Kleinzieligheden mogen dit stelsel in het gevlei komen, gemakzucht en zucht naar heerschappij het steunen, toch is dit bijkomstig zondige nooit de hoofdzaak. Hoofdzaak is, dat deze pleitbezorgers
met ons erkennen, dat de zegen van het Evangelie verder zielen der verkorenen, dat ook
reikt
dan de
gelooven aan een invloed die van het
zij
Evangelie ook op het gemeenschappelijk organisch menschelijk leven uitgaat,
maar dat
ze zich voorstellen, dat deze zegen niet anders te verzekeren
dan door dat menschelijk leven in de kerk zelve op te nemen.
Aldus staat dan het leer
stelsel
in al zijn
van de Volkskerk, en
van de kerk als organisme tegenover.
voorstanders van
den Christus
te willen
beperken
van den Heiligen Geest lisme verwerpt
men
in
belijden ook
de
den invloed van
de personen der uitverkorenen, alsof
merkbaar ware op aarde, dan het werk
de personen der wedergeborenen. Zulk nomina-
beiderzijds,
als organisme, als
tot
is,
als volksleven,
lijnrecht staat hier de
Want wel
dit laatste stelsel, dat het niet aangaat
er niet anders van den Christus
kerk
omvang, en dus
en zoowel door de voorstanders van de
door de mannen der Volkskerk wordt toegestemd,
dat de Christelijke religie óók op het organisme van ons menschelijk leven inwerkt. Alleen
maar wie van kerk
als organisme, in onderscheiding
het kerkelijk instituut gewaagt, houdt staande,
dat
van
de zegen van het
Christendom in dien breeder kring alleen dan naar eisch kan werken, indien het kerkelijk instituut zich inricht naar den eisch daarvoor in het
Woord
gesteld, en indien de Doop, als
Sacrament des Heeren, alleen wordt
toebedeeld aan de geloovigen en hun zaad, en zulks onder gestadige zuivering door de kerkelijke tucht.
Zij
uit-
onderscheiden deswege tusschen de
zij doen dit opdat beide tot hun Verbond onder hen die den Christus recht komen, én de heiligheid van het belijden, én de invloed die buiten dezen kring op de wereld moet ingaan.
kerk
als
instituut en als organisme, en
Juist dit echter
is
standpunt toch kent instituut.
Niet
op het standpunt van Volkskerk onmogelijk.
men
Op
dat
slechts één kring, en die kring is de kerk als
verder dan die kring strekt de invloed der Christelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's