Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 80

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 80

3 minuten leestijd

64

,DE GEEST DES MENSCHEN DIE IN HEM is".

ons zoo vreemd bleef. Daardoor toch blijft de gedachte aan het sterven te nevelachtig, en het inleven in onze toekomst na den dood te schaarsch en te schraal. Ongetwijfeld God de Heere heeft ons geest én stof, heeft ons ziel én lichaam geschapen, en het is onnatuur zoo we die stoffelijke zijde van ons wezen niet tellen of voorbijzien willen. Maar de wortel van ons icezen moet dan toch altoos in den geest en niet in het vleesch in de ziel en niet in het lichaam worden gezocht. En het evenwicht wordt verbroken, zoodra we zóó eenzijdig in het zichtbare beklemd geraken, dat de geest, zonder het stoffelijk kleed gedacht: ophoudt voor ons irezenlijh te zijn. Hier komt dan het geloof te stade. Dat geloof, dat , een bewijs is der dingen, die men niet ziet." En, zal het wel zijn, dan moet het eigenlijk en wezenlijk bestaan van „onzen geest, die in ons is", ook geheel afgezien van stof, vleesch of lichaam, ons zoo klaar en helder toespreken, dat we eer het zichtbare voor gezichtsbedrog, dan den geest in ons voor schijn konden aanzien. ,

Dit

is niet te sterk gesproken. staat het niet vast, dat de geest al en nooit wat zienlijk is, den geest?

Of

wat

zienlijk is schiep,

Het geldt hier den diepsten grondslag van alle geloof. Het geloof dat God den hemel en de aarde schiep, en dat die God een geest is. Enkel geest. Niets dan geest in Zichzelven. En in zijn geestelijke zelfgenoegzaamheid onafhankelijk van al wat zichtbaar is bestaande. De zichtbare wereld komt bij God bij. Hij in Zichzelf is het Eeuwige Wezen het wezen aller wezenheden die aan alle ding het wezen en het leven geeft. In het eeuwig Voorwerp onzer aanbidding bezitten we alzoo het voldiugend bewijs, dat een geest, geheel afgescheiden van vorm of gestalte, in den meest volstrekten zin een wezenlijk bestaan heeft, en dat aan dit wezenlijk bestaan van den geest nooit iets door stof of vorm wordt toegevoegd. De engelen toonen ons geheel hetzelfde. Ook de engelen zijn geesten, zonder zienlijke verschijning. Dat ze óns ten behoeve in een hun daartoe door Gods almacht geschapen gestalte verschenen zijn, doet hier niets van af. En ook al is het, dat ze in de visioenen van Jesaia en Johannes in symbolische gestalte optreden: wezenlijk zijn de engelen in zichzelven niets dan geesten. De onlichamelijkheid behoort tot hun staat. ,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's