De gemeente gratie - pagina 418
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE OPENBARING
414
VAJIï
GODS TOORN,
ook nu nog steeds op de verlosten des Heeren zulk een inwerking beoogt, dat zij dagelijks te bidden hebben: Verlos ons van den hooze. En is dit zoo, dan kan er ook niet aan getwijfeld worden, of we en dat
hij
hebben evenzoo rekenen.
te
bij
„gemeene gratie"
kan
uw
de „gemeene gratie" met dezelfde inwerking van Satan
Ge moet dus
feil
gaan,
zoo ge u
bij
uw
verklaring van de
tot ons aardsch, menschelijk leven bepaalt.
inzicht in
En dan
eerst
het wezen en de werking der „gemeene gratie" ver-
helderd worden, zoo ge het aanvangspunt der gemeene gratie daar
stelt,
waar het aanvangspunt van ons zedelijk bederf ligt, d. i. niet in den mensch, maar in Satan; niet op aarde, maar in de geestenwereld. Alle gemeene gratie, die niet tot het aanvangspunt opklimt, zou ten slotte toch doelloos blijken. Pleisteren helpt niet, als de
een lek dat uit het dak komt. het dak toe,
om
Om
muur
afkalkt tengevolge van
die afkalking te stuiten,
dat lek te stoppen.
En
moet ge naar
zoo zou het ook hier niet baten,
gemeene gratie" al het uitbreken van het kwaad in ons hart stuitte, Ook hier komt de lek van boven, uit de demonenwereld, en daarom moest God in die demonenwereld ingrijpen, zou stuiting van het kwaad op aarde of „de
mogelijk
zijn.
nu geldt ook van den vloek. De verdorring van het Paradijs met doornen en distelen, is geen uitwendig, werktuigelijk aangebrachte straf, maar een organisch gevolg van het bederf in het geestelijke. Ten deele ziet ge dit nóg aan den mensch. Verdriet knaagt Ditzelfde
tot een wildernis
niet
aUeen aan het
grijs ziel
hart,
maar doet ook het aangezicht vervallen. Innerlijk Van doodsangst is meer dan een in één nacht
sloopt het lichaam.
lijden
geworden.
En
er zijn ongelukkigen geweest, die door een lijden der
zoo ontzettend worden aangegrepen, dat hun gezondheid en
kracht nooit meer hersteld werd. Er
zijn er
hun
levens-
van ten grave gedaald. Zelfs
sommige krankzinnigen is deze werking van de ziel op het lichaam En dit gaat dan niet zóó toe, dat er bij het zielelijden werktuigelijk een ander lijden bijkomt, maar dit lichamelijk lijden is dan organisch door het zielelijden veroorzaakt. Zoo nu ook is het hier. Het menschelijk
bij
schriklijk.
hart
is
de geestelijke kern van heel deze wereld, en heel die wereld staat
met den mensch en zijn menschelijk bestaan in organisch verband. Omdat God zóó den mensch wilde scheppen, zoo volgde hieruit vanzelf dat Hij ook aldus de wereld moest scheppen. In den mensch lag de bepahng hoe de wereld zijn moest, om op den mensch te zijn aangelegd, en aan den mensch „aan te passen." Krachtens dit organisch verband nu gaat de wereld met den mensch op en neer. Blinkt de mensch in zijn oorspronkelijke gerechtigheid, dan bloeit op aarde het Paradijs. Verwelkt de mensch m zonde, dan verwelkt liet aardrijk onder den vloek. En ook, zal eens de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's