In Jezus ontslapen - pagina 121
,,
109 de Kerken zegt. Er staat niet tot „de gemeente" in het enkeler staat tot de gemeente/i of kerke/i in het meervoud. Het is dus niet een zegekrans voor Efeze afzonderlijk, anders voor Smyrna dan voor de kerk te Pergamus en v^eer anders Geest
vond
tot
:
maar
,
:
,
voor de kerken van Thyatire Sardis Philadelphia en Laodicea. Het is één geestelijke regenboog met zijn zeven tinten die zich vrelft over al Christus' kerken saam. Met schakeering, het zij zoo. Elk dier overwinnaarskransen was gevlochten uit een palmgewas van eigen soort dat in verband stond met wat in elk dier zeven gemeenten sterker dan in de andere uitkwam. Maar toch altoos zoo, dat we eerst in deze zeven kransen saam de volheid van beloften voor ons hebben door Christus aan „ wie overwint in het geloof" toegezegd. Hierin ligt prikkel en drang om dit zevental beloften nauwkeuriger te ontleden, overmits ze in haar saamhang ons de rijkste schildering bieden van de gelukzaligheid der overwinnaars in het eeuwige licht. ,
,
,
Toch scheiden we voor ditmaal
uit den zesden zegekrans dezen éénen palmtak af: Die overwint, hij zal staan in den tempel onzes Gods, en zal niet meer daar uitgaan. Het is toch deze belofte die zich rechtstreeks aan de afsterving der zonde aansluit, en in zich draagt de belofte van de volharding der heiligen niet gelijk ze op aarde wordt gekend maar gelijk ze gekend en gesmaakt wordt in het Vaderhuis daarboven. der heiligen " op aarde zegt alleen nog maar „ Volharding dat wie Christus is ingeplant wel nog afvallen kan, maar niet voor eeuwig vervallen. ," zoo beleden onze vaderen te Dordt „ Hoewel die macht Gods „waardoor Hij de ware geloovigen in de genade bevestigt en bewaart meerder is dan dat zij van het vleesch zouden kunnen overwonnen worden, zoo worden nochtans de bekeerden niet altijd alzoo van God geleid en bewogen dat zij in sommige bijzondere daden door hunne eigene schuld van de leiding der genade niet zouden kunnen afwijken, en van. de begeerlijkheden des vleesches verleid worden, en die volgen. Daarom moeten zij gestadiglijk waken en bidden, dat zij niet in verzoekingen geleid worden. En zoo zij dit niet doen, zoo kunnen zij niet alleen door het vleesch, de wereld en den Satan tot zware en ook gruwelijke zonde vervoerd worden, maar worden zij ook inderdaad, door Gods rechtvaardige toelating daartoe somwijlen vervoerd; gelijk het droevige vallen van David, Petrus en andere heiligen, dat ons in de Schrift beschreven is, bewyst."
slechts
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's