De gemeente gratie - pagina 380
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TRANSCENDENTIE EN IMMANENTIE.
376
dien Raad, maar door allerlei roerselen, prikkelen, invloeden en roepstemmen op ons te doen werken, waardoor Hij zijn Raad uitvoert, maar
uit
voor ons de eenige beweegredenen van ons doen en laten worden.
die
Het gaat dus voorstelling
in het
minst niet aan te zeggen, dat
Integendeel, zoo alleen
is.
menschelijke
dit slechts
is
onze menschelijke
Zoo
realiteit.
we van den éénen dag in den we ons leven; en van al wat in
bestaan we. Zoo leven we. Zoo glijden
anderen over. Zoo en niet anders kennen
Gods Besluiten over ons leven, van jaar tot jaar, ja, zelfs over den dag van staat, weten we, tot het Besluit gebaard heeft, eenvoudig niets.
onzen dood
Hebben
nu door de zonde het Boek van Gods Raad voor ons
tvij
Had God
zegeld?
bedoeld, ons uit de Besluiten te laten leven?
alleen ten gevolge
we nu dwalen
in het onzekere, als gevolg
schuld? Stellig neen. Reeds het proefgebod aan
Toen was
Adam
toestand leest
bij
er
Adam
onzondigen
in dien
toekomst niet van het Besluit
zijn
ons verborgen
tot
van eigen
af,
maar weeft is
dus niet
noch ook ten gevolge van onze zonde, dat het Besluit voor
vergissing,
Integendeel, zoo
is.
Het Besluit
ons.
het
gegeven bewijst het
nog geen zonde, en toch ook
aan dien draad onder de heerschappij van het gebod. Het
zelf
ver-
is
der zonde, dat het Boek der Besluiten voor ons ge-
sloten werd, zoodat
tegendeel.
En
zelf hield in, dat
het geschied was.
God
zelf,
was van den aanvang
af
Gods wil over
het Besluit ons verborgen zou blijven,
die ons schiep, heeft derhalve onze
men-
schelijke natuur alzoo beschikt, en ons menschelijk leven alzoo besteld, dat
we, buiten
alle
voortzetten,
kennisse van het Besluit om, eiken morgen ons leven zouden
ons verleden^ door de beweegkracht van ons hart, onder
uit
eigen nadenken, dank
de veerkracht van onzen
zij
geleid door zijn gebod en
met
die
al
waarin
vermaan, bedreiging en
omstandigheden en onder de inwerking van
zijn bestel
ons verwikkelen zou. Dat het alzoo
geen verbeelding onzerzijds, maar
He ere,
is
en
wil,
dit alles
al die invloeden,
is, is
zoo en moet zoo
bij
en in verband
belofte,
dus geen toeval,
zijn,
omdat
Hij,
de
het alzoo over ons verordineerd heeft.
Hieruit nu vloeit voort, dat wij practisch in ons leven de Voorzienigheid
Gods
niet anders
kunnen genieten, dan
als
een macht die ons leven draagt,
over dit leven waakt, heel dit leven verzorgt, en er de uitkomsten voor bereidt.
het
al
zijt
en
Uw
gebed eiken morgen
verzorgende liefde
is
van het geloof aan die trouwe, wakende,
Vaders de telkens wederkeerende
mensch en kunt daarom
blijft
overzien.
uw
Gij
niet eiken
staat telkens voor een stuk van
uw
uiting. Gij
morgen heel uw leven leven, het nauwst voor
dat kleine stuk van dien éénen dag, die weer voor u opging. Gij trekt dus
uw
aandacht saam op de nooden van dien éénen dag, op wat dien dag u
wacht en u
zal
voorkomen, op wat voor dien éénen dag
uw
hart beklemt
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's