De gemeente gratie - pagina 217
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
213
DE GEMEENE GRATIE IN ONZE HERKOMST. Heiligen Geest gesteund wordt, zoodat
Gode dank
zich bekeerde,
w^eet;
hij
maar
van achter voor het
feit
dat
hij
moet ook zeer beshstelijk aan
er
de bekeering een genade voorafgaan. Deze aan de bekeering voorafgaande
genade nu is van tweeërlei aard. Ze is deels particuliere genade, deels gemeene gratie. De voorafgaande particuliere genade bestaat hierin, dat God aan den zondaar die tot bekeering zal komen, zijn Wet en zijn Evan-
Wet om het besef van schuld en zonde aan te brengen, en zijn Evangelie om hem den weg der behoudenis te doen kennen. Vele kinderen der wereld ontvangen die Wet en dat Evangehe ook wel, maar niet gemengd met genade. Wel als uiterlijke roeping, niet als innerlijke roephig. En die kennisse nu van Wet en Evangehe, gemengd doet toekomen;
gelie
zijn
die eigenaardige genade, dat de wedergeborene, die zich
met
roepstem van
er de
ontbreken.
Wie
zijn
God
niet hoort,
tot zijn ziel in hoort uitgaan,
dat
God hem
ook tot geen bekeering. Bekeering géiooisgehoorsaamheid.
om
Wie
de genade de roeping Gods
niet
komt maar van
ja,
zich niet hoort roepen, die denkt er niet aan,
komen. Uit dien hoofde
te
kan hier
zal,
gebiedt: „Bekeer u," die
een daad van geloof
is
bekeeren
is
laat zich
geen bekeering denken, zonder dat
voorafgegaan.
Die voorafgaande particuliere genade der roeping kan óf in het kort saamgetrokken, óf over langer tijdperk uitgebreid zijn. De ééne maal zal het zóó staan, dat de persoon wien het geldt, buiten de kennisse van
en Evangelie
is
opgegroeid, en eerst op volwassen
leeftijd,
Wet
kort vóór zijn
met Wet en Evangelie in aanraking komt, en dat alsdan deze kennismaking met Wet en Evangelie bijna onmiddellijk met de roepende genade gemengd is, zoodat hij schier plotseling tot bekeering komt. Maar ook een ander maal zal het iemand gelden, die van kindsbeen af in de Heilige Schrift was onderwezen, die jarenlang gekerkt heeft, en vaak zelfs in vrome gezelschappen verkeerde, zoodat hij sinds lang een breede uitwendige kennisse van Wet en Evangelie bezat, maar zonder dat deze kennisse nog vat op hem had, omdat ze niet gemengd was met de genade bekeering,
der inwendige roeping; en dat eerst jaren daarna de schellen
oogen vallen, bekeert.
zijn
oor geopend wordt, en
hij
hem van
Tusschen welke twee uitersten dan natuurlijk weer
allerlei tus-
schengestalten liggen, die hier voor geen nadere beschrijving vatbaar
Maar
hem
hetzij
de
alsnu Gods stem hoort en zich
dat deze kennisse en deze roepende genade pas kort,
zijn.
hetzij ze
lang v()ór zijn bekeering worde aangebracht, ontbreken kan ze niet.
Zonder deze voorbereidende particuliere genade heeft nooit één eenig zondaar God wedergeboren had zich bekeerd. Wedergeboorte alleen kan zonder meer niet tot bekeering leiden. Voor bekeering is kennisse van Wet en
dien
Evangelie noodig, en deze geeft de wedergeboorte niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's