De gemeente gratie - pagina 393
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEBONDEN EN TOCH vader en moeder opdat het
u welga"
zondigde, doch nu van de zonde aflaat,
389
VRIJ.
is
geen eudaemonisme, dat liever
om
het uitwendig goed te hebben,
maar wel aanduiding van het onverbrekelijk verband, dat tusschen innerlijke gaafheid en uitwendige heerlijkheid door God zelven gelegd is. De zedelijke strijd is voor ons besef daarom altoos vermengd met den dorst naar geluk en met onzen afkeer van vloek en jammer. En waar zelfs van onzen Heiland geschreven staat, dat hij gehoorzaam werd tot in den dood, en dat hij daarom verhoogd is boven allen naam, is het onbetwistbaar, dat deze neiging van ons hart niet alleen op dezen lageren trap van onze
maar
zedelijke ontwikkeling alzoo voorkomt,
tot
op den hoogsten trap van
onze zedelijke ontwikkeling zal stand houden, alzoo in onze natuur zelve
en derhalve niet
ligt,
in ons
moet
zijn
uit
zonde opgekomen kan
zijn,
maar door God zelven
ingeschapen.
Gevolg hiervan nu
dat de Voorzienige beschikking Gods over ons
is,
uitwendig levenslot voor ons besef gedurig wordt ingeweven in de zedelijke
worsteling van onze
ziel
met Hem, onder wiens ordinantiën we
staan,
en tegen wiens gebod ons ik gedurig in verzet komt. Is nu die zedelijke worsteling niet anders denkbaar noch bestaanbaar, dan in een reeks van
waarvoor ons
beslissingen,
zonderlijke
ik
beslissingen aan
komt
te
staan, en die zich telkens als af-
ons voordoen, dan kan het niet anders, of
ook de toorn en de gunste van dien God wordt telkens door ons geducht of ingewacht, in verband met al deze voorvallen van ons innerlijk leven.
En
dit
lot
zich evenzoo
nu
is
de oorzaak, dat de beslissingen van God over ons uitwendig stuksgewijze aan ons voordoen, als wij weten dat onze
God zijn, niet dan stuksgewijze En nu gaat zeker fout, wie op deze subjectieve ervaringen zijn belijdenis gaat bouwen. Dan toch gaat het eeuwige dat in God is voor ons teloor tengevolge van ónze gebondenheid aan het tijdelijke. Maar staat, zedeHjke beslissingen, die voor of tegen bestaan.
op grond der Heilige Schrift, onze belijdenis van dat eeuwige en blijvende in
Gods Voorzienig
wegelijk
vast,
dan
bestel, krachtens het Besluit, onherroepelijk is
dit
vermenscheUjken, als
we
en onbe-
ons zoo mogen
uit-
drukken, van de Voorzienigheid Gods in onze eigen levenservaring, niet
anders dan de vertolking van het eeuwige in het die menschelijke hestaanswijs die
Die menschelijke hestaanswijze
was het
in het Paradijs,
en ze
God
is in
zelf
tijdelijke
voor ons
gemld
naar eisch van
heeft en nog wil.
volstrekten zin zedelijk. D. w.
zal eeuwiglijk alzoo zijn,
z.
ze
zoowel in het Rijk
der heerlijkheid als in de plaats der buitenste duisternis. Zedelijk goed of zedelijk
kwaad, het
zedelijk
in onzijdigen zin.
zij
zoo,
maar
altoos zedelijk,
wat men wel noemt
Tegenover het physisch dwingend karakter van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's