De gemeente gratie - pagina 88
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN DE SCHEPPING GEGROND.
84
hij in
Joh, 17 24, dat ze :
hem gegeven was van
„vóór de grondlegging der
En de heihge apostel betuigt ons evenzoo^ „dat we uitverkoren van „vóór de grondlegging der wereld" (Eph. 1 4). Hier is alzoo zelfs geen afwijkende zienswijze denkbaar. Wie nog op den bodem der Heihge wereld."
zijn
:
Schrift staat, belijdt dit alles
met
ons.
En nu
het toch hoogst opmerkelijk,
is
dat de Heilige Schrift, zoo dikwijls ze deze gedachte openbaart, niet spreekt
van vóór de schepping der wereld, maar zoo uitdrukkelijk van „vóór de grondlegging der wereld", daar toch deze beide uitdrukkingen volstrekt niet hetzelfde zeggen. Schepping noemt de zaak op het oogenblik der totstandkoming, de grondlegging daarentegen wijst op de gedachte, die het plan der schepping vaststelde en bedoelde haar te verwezenlijken.
In Job 28 komt dit onderscheid zelfs klaarlijk uit. Job geeft in dat bekende kapittel eerst getuigenis van de roeping die de mensch van God ontving, om de verborgenheden van Gods schepping te voorschijn te brengen. God besloot het goud en het zilver, alle edel metaal en edel gesteente
en indien er geen menschen waren geweest,
in het hart der aarde,
om
die
schatten te voorschijn te brengen, en den glans van het goud te doen
bhnken, en het water in den
brilliant
zou Gode nimmer de eere en de het delfstoffenrijk besteld,
en zoo
van deze
schepping in
zijn fijnere
toegekomen. Maar de mensch, zoo zegt Job,
zijn
is
door slijpen te voorschijn te brengen,
prijs
is
hiertoe
„voor het zilver een uitgang, en een oven waarin
er
het goud wordt gesmolten". Het ijzererts wordt van
ontdaan en
zijn stof
De mensch brengt den saffier te en beklimt paden waar geen roofvogel doordringt, om het kristal
het steen van het koper afgesmolten. voorschijn, te
zoeken
gewezen,
(vs. 1
— 11).
Kortom, de mensch
om wat God
Gods grootheid
in
te
in
is
er op aangelegd en er op aan-
de aarde verborgen heeft, op te delven en er
verheerlijken.
Maar, zoo gaat dan Job, onder de
insprake des Heiligen Geestes voort, „de Wijsheid van waar
mensch weet hare waarde dachtengang over, dien
we
niet".
zoo
En dan
rijk
gaat
en sterk
hij
uit
is
ze? en de
geheel in denzelfdeu ge-
Spreuken 8 kennen, en die
voor ons oog de geheimnissen ontdekt, die achter de schepping hggen, toen
„God een
cirkel
over het vlakke van den afgrond beschreef, en de
opperwolken vastzette omhoog en de fonteinen der zee haar perk zette" en zoo verklaart
hij
in
ons,
den afgrond boorde, en hoe
in
en
bij
dit alles
de Wijsheid de Raadsman des Heeren was, en hoe in de grondlegging zelve van
de schepping de eeuwige Wijsheid zich uitspreekt, want
dingen, gehjk de apostel betuigt, zijn „door
geen ding geschapen, dat geschapen
Hem", en „zonder
Hem
om
is
er
is".
De uitdrukking van „vóór de grondlegging der wereld" dwingt ons halve,
alle
der-
achter de schepping op dit heilig scheppingsplan terug te gaan,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's