Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 86

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 86

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

DE GEMEENE GRATIE IN DE SCHEPPING GEGROND.

82

aan God onderworpen. Hij kan er de werking van

dien zondigen staat,

intoomen, temperen en stuiten, of ook Hij kan haar werking

inbinden,

ongehinderd en onbelemmerd laten doorgaan. Het leerstuk der gemeene

nu drukt uit, dat het Gode beliefd heeft, in het gemeen, d. w. z. bij de menschheid als geheel, en bij eiken mensch in het bijzonder, de onzalige werking dezer in haar tegendeel omgezette krachten, niet ongehinderd te laten doorgaan, maar ze te temperen en te stuiten. En in dien zin is het, dat wij eenerzijds het volstrekte bederf van onze natuur door de zonde gratie

leeren;

wat zeggen

overgelaten,

zelve

wil,

dat onze natuur in haar verdorvenheid aan zich-

regelrecht zichzelve den eeuwigen dood ter prooi zou

geven; en dat wij anderzijds in het

open oog hebben voor de nog zoo bleek en voor zooveel

lieflij ks

feitelijke

leven der menschheid een

rijke ontwikkeling,

als

in

waartoe ze in staat

haar uitkomt. Het dogma van het

bederf onzer natuur door de zonde, zegt ons, wat er van ons worden zou, indien

God ons

losliet;

het

dogma van de gemeene

ons menschelijk geslacht bloeien kan, en

bloeit,

gratie,

omdat God

wat

er

nog

in

ons bewaart.

Dat er nu werkelijk zulk een stuiting en tempering van het in ons woelend bederf plaats greep en plaats grijpt, leeren we op grond van de Heihge Schrift. Indien toch de heilige apostel ons zegt, dat God de kineen verkeerden

hierin

klaarlijk

er aan dit

Hem

almeer verzaakten, „overgegeven heeft doen dingen die niet betamen", dan ligt uitgesproken, dat dit oorspronkelijk niet zoo was, en dat

deren der menschen, toen ze in

zin,

,^overgeven"

om

te

voorafging een periode, waarin

der menschen in sterkeren zin bewaarde. Alsook, dat

God de Idnderen bij

volken en in

kringen, waarin het niet tot zulk een uitgieting van ongerechtigheid

gekomen,

als

klaren, dat

gemeene

zij

Paulus die

in

Rom.

1 beschrijft, dit alleen

God gehouden werden. Evenzoo

door

gratie voor

daaruit

is

is te ver-

volgt dit leerstuk der

ons daaruit, dat het gebeurde na den val niet de

vervulling brengt van wat vóór den val, als noodwendig gevolg der zonde, werd aangekondigd. Dit noodw^endige gevolg zou geweest zijn, dat Adam en Eva op den dag zelf waarop ze van den verboden boom aten, naar ziel

en lichaam in den eeuwigen dood zouden verdorven

nu vinden we, dat

maar

dit

zijn.

In stede daarvan

gevolg in die ontzettendheid niet aanstonds intreedt,

w^ordt uitgesteld tot na het afsterven uit dit leven, deels zelfs tot na

den oordeelsdag; en dat daarentegen het leven op aarde aan Adam en tot in bij de dertig geslachten, dat hun lichaamskracht

Eva verlengd wordt

wordt opgehouden, dat schaamte, in stee van overmoed, hen over hun zonde aangrijpt, en dat over een reeks van eeuwen zich een rijk menschelijk leven uit

Ook

dit

nu

is

hen ontwikkelt. niet anders te

verklaren, dan daaruit, dat

God

zelf

de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 86

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's