De gemeente gratie - pagina 148
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
JEZUS' TOENEMING.
144
En wat
gewild.
de traditie over Jezus' kindsheid in geschreven ver-
uit
halen overging,
is
zoo niets beduidend, deels zelfs zijn heiligen persoon
derwijs onwaardig, dat de kennisse ervan u eer smart baart, dan dat het
u naar breeder verhaal zou doen verlangen. De Evangelisten toonen klaarlijk, dat ze aan de kennisse dier eerste levensjaren geen waarde hechten, of
eeuwen geschikter is, haar Heiland en voorts terstond bij den Doop te leeren kennen,
althans dat het voor de kerk aller alleen
de kribbe,
bij
dan dat ze die dertig lange jaren de ontwikkelmg van den Heiland van schrede tot schrede volgen kon. gierigheid,
bewustzijn,
om
Wel
prikkelt het
ons het kindeke Jezus
bij
zijn
soms onze
heilige weet-
de eerste ontwikkeling van
bij
verkeer als knaap in den huishjken kring,
bij
zijn zijn
omgang met andere kinderen, en zooveel meer te leeren lezen, kunnen voorstellen; maar God schoof er een gordijn voor, en het is niet daarbij dat de Geest des Heeren ons ml ophouden. Wat ons moet toespreken is tweeërlei: De gifte van Gods Zoon aan de wereld, als Jezus geboren wordt; en daarna het komen van Jezus tot de wereld, als hij bij
zich aan
zijn
Johannes den Dooper openbaart.
In zooverre zou
men dan ook kunnen
zeggen, dat de aanraking waarin
Jezus in de jaren zijner opvoeding en ontwikkeling met de vrucht der
gemeene gratie trad, zich schier in nog sterker mate voor ons in de nevelen van het mysterie hulde. En indien men uitsluitend op bepaalde feiten en ontmoetingen zou willen wijzen, is dat ook metterdaad het geval. Maar dit neemt toch niet weg, dat we twee dingen met zekerheid weten. Ten eerste, dat Jezus in Nazareth, aan den oever van het meer van Galilea, is
opgegroeid;
dat
van
hij
Slons tempel deelnam
;
zijn
en dat
twaalfde jaar af aan den eeredienst in reeds destijds in de Schrift ervaren
hij
was, en straks als leeraar onder Israël optredende, kennis droeg van alle religieuze,
Dit nu
staatkundige
toont,
en maatschappelijke verhoudingen
opgegroeid, niet buiten het leven van telijke
in
Palestina,
dat het kindeke Jezus niet geïsoleerd van de wereld
teruggetrokkenheid
zich
van
volk omleefde, en niet in gees-
zijn
zijn
is
tijdgenooten heeft afgezonderd,
maar geleefd heeft onder zijn volk en met zijn volk, en als we zoo zeggen mogen in den toenmahgen volkstoestand geheel was ingevoerd. Dit is het eerste
feit,
dat vaststaat, en het tweede
is,
dat
we den toenmaligen
volks-
toestand in Israël èn uit de Evangeliën èn uit andere gegevens kennen, als
een staat van zaken, die alleen dank
kon. Natuurlijk niet enkel dank
zij
zij
de gemeene gratie alzoo
zijn
de gemeene gratie, want in Israël was
het vooral het werk van Gods bijzondere genade, dat
zijn
stempel op den
volksstaat afdrukte. Maar wat breede beteekenis men ten deze ook aan de particuliere genade toekenne, te loochenen valt het daarom niet, dat
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's