De gemeente gratie - pagina 588
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
584
HET VERZEKERINGSWEZEN.
deze schade over allen omgeslagen, geen meerdere uitgave vorderen dan van een f 3 per jaar en per gezin en voorts zou elk man die door brand ;
getroffen werd, recht
hebben op een
Pelagiaansche standpunt, dat alles
hangt van 'smenschen vrijen strekt onmogelijk.
bepaald
we
is
is,
hij
wil,
Het Pelagianisme
Op Gereformeerd standpunt
van f 10,000. Op het geval geschiedt, en dat het alles af-
volle uitkeering
is
zulk een berekening natuurlijk vol-
sluit alle
daarentegen, als
denkbeeld van Assurantie
men
uit.
belijdt dat alles vooruit
de grondslag voor zulk een Assurantie gegeven, en staan
maar voor de vraag: Hoe komen we te weten, hoeveel gelschade in Gods raad, voor dat en dat jaar, ten laste van de ge-
alleen nog
delijke
meenschappelijke menschheid bepaald
En
is,
en die dus zeker komt?
nu stuiten we op het zeer ernstig bezwaar, dat Gods raad wel bepaald, maar ons verborgen is. En zeg nu niet te spoedig, dat dit te betreuren is, want dat anders de Assurantie vanzelf vlotten zou. Eer omhier
gekeerd toch moet, helaas, erkend, dat bijaldien Gods raad niet verborgen ware, de Assurantie nooit zou zijn opgekomen. Zoo zondig toch en egoïstisch is ons menschelijk hart, dat bijaldien vooraf bekend ware, dat, naar
Gods
raad,
in
menschen, die
ons huis nooit brand zou uitbreken, verreweg de meeste in
dat geval verkeerden, zeer kalm zeggen zouden: „Dan
betaal ik aan de Assurantie ook geen cent,
want ik ben verzekerd in Gods kan het niet treffen. En de anderen gaan mij niet aan. Ben ik mijns broeders hoeder?" Echte Kaïnitisch. Neen, zouden we geholpen worden, dan moest iets geheel anders gebeuren. Dan moest ons wel uit Gods raad geopenbaard worden, hoeveel ongelukken er in raad. Ik sta er buiten. Mij zal en
zekere periode voorkomen, en welke schade deze ongelukken gemeenlijk zouden opleveren, maar zonder dat daarbij aan wien ook geopenbaard werd, wien het ongeluk wel en wien het niet treffen zou. Als het zoo staat, dat
we wel
schade van
weten, naar Gods raad, zal de gemeenschappelijke geldelijke ongelukken saam, zóó en zooveel per jaar bedragen, maar
alle
zonder dat iemand er vooruit
dan
is
er een prikkel
om
bij
weet, of
te zeggen:
hij zelf al
dan
niet vrij zal loopen,
Laat ook mij in de gemeene schade
elk jaar iets bijdragen; en dat wil ik zelfs getrouwelijk doen, mits
verzekert, dat, treft mij het ongeluk,
gij
mij
alsdan de geleden schade ook mij
geheel vergoed zal worden. Juist dus het Assurantiewezen. En in dat opzicht moet nu worden opgemerkt, dat God dit juist zóó beschikt heeft. God heeft drie dingen gedaan. Hij heeft vooreerst in zijn
raad op vaste onveranderlijke wijze bepaald welk gemeenschappelijk lijden elk jaar, op allerlei manier, op de menschheid zou neerkomen, en ook
wien
dit treffen zou. Ten tweede heeft Hij verborgen gehouden, wie in zeker jaar door lijden en dus ook door schade zou beloopen worden. Maar ook ten derde heeft God wel geopenbaard, welk lijden, in welke mate, in
hoeveel gevallen, elk jaar de gemeenschappelijke menschheid treffen zou.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's