De gemeente gratie - pagina 272
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
UITSTRALING VAN DE KERK IN DE WERELD.
268
religie,
en deswege moet, zal ook de natie in den zegen deelen, heel die
natie in de kerk zijn; en opdat dit mogelijk
zij,
wordt het wezen van de
kerk en de heiligheid van Gods Verbond aan de belangen der natie opge-
Wij daarentegen behjden twee kringen. Eerst den kring der belijders, wel de voorwerpelijke gemeente, den kring van het Verbond. Naar luid
offerd.
of
van den Heidelberger Catechismus strekt de Doop zich uitsluitend over dezen eersten kring uit, opdat de gedoopten „van de kinderen der ongeloovigen onderscheiden tvorden" (Vr.
74).
Alleen binnen dien kring wordt
het heUig Avondmaal bediend, en ook, alleen in dien kring kan een „ver-
gadering van geloovigen" worden geëerd. Uitsluitend de kerk, die met
dezen kring samenvalt, bezit dan ook de merkteekenen der „ware kerk",
dewelke
„de zuivere prediking des Evangehes, de zuivere bediening
zijn
der Sacramenten, en de handhaving der Christelijke tucht, naar belijdenis
en leven."
Doch telijken
hierbij blijven
we
niet staan. Dit instituut dekt niet al
naam. Al brandt de lamp der Christelijke
wanden van dat daarbuiten
uit,
instituut^
haar
licht straalt
en werpt zich op
ons menschelijk leven, die in
al die
allerlei
religie alleen
den Chrisbinnen de
door de vensters zeer verre
geledingen en verbindingen van
uitingen van menschelijk leven en
menschelijke werkzaamheid uitkomen. Recht, wet, gezin en familie, bedrijf, beroep, publieke opinie en letterkunde, kunst en wetenschap en zooveel
meer, het wordt alles door dat licht bestraald, en die bestraling zal te sterker en te doordringerder
zijn,
hoe helderder en klaarder die lamp des
Evangelies in het kerkelijk instituut branden mag. Derhalve dien eersten kring van het instituut, en in noodzakelijk verband hiermede, kennen
we
dus nog een tweeden kring, die bepaald wordt door de lengte van den die uit het instituut over het leven van volk en natie uitgaat. nu deze tweede kring niet kleeft aan bepaalde personen, noch dus ook bepaald en begrensd wordt door het boeken van zeker aantal leden, noch eigen ambtdragers kent, maar in het leven zelf van volk en natie is ingezogen, daarom wijst hier die buiten het instituut werkende invloed
lichtstraal,
En
wijl
ons op de kerk als organisme. Die kerk toch als organisme instituut er
is,
ze ligt steeds achter het instituut,
instituut wezenlijke in
den hemel
in
waardij.
wereld tot aan het einde,
En daarom kan,
waar
is
De kerk
Christus; ze
het die
om na
kerk
omvat
zij
is er,
eer het
alleen geeft aan dat
als
organisme heeft haar centrum
alle
eeuwen van den aanvang der
ons aller eeuwen eeuwigheid te vervullen.
als
alle persoonlijk geloof
organisme die zich ook daar openbaren afwezig
is,
maar
iets
van den goudglans
des eeuwigen levens zich nochtans afspiegelt op de gewone gevellijnen
van het groote gebouw van menschelijk leven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's