De gemeente gratie - pagina 485
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE DOOD EEN TE BESTRIJDEN VIJAND.
zouden den dood sterven. Meer
niet.
Niets er
481
Zoodat noodzakelijkerwijs
bij.
ééne woord ook de eeuwige dood besloten was.
in dat
Wil men den dood recht verstaan, dan moet men den dood alzoo opvatten als het ééne begrip, waarin zich de stralen van twee kanten tegelijk als
één middelpunt vereenigen. In den dood
in
en van den anderen kant
zaMgheid,
begrepen, en de tijdelijke dood
onwedergeborene
uit
de
alle tijdelijk leed
niets
is
eeuwige ramp-
en gemeene ellende
dan de overgang die voor den
ellende
tijdelijke
ligt alle
in
de eeuwige rampzaligheid
den breede door ons betoogd
is, had terstond na den val de eeuwige dood moeten ingaan. Dat dit werd opgeschort is de gemeene gratie, en onder dit gezichtspunt bezien, is de tijdelijke ellende niets dan de getetnpercle dood. De tijdelijke ellende zijn de weeën, de voorweeën, waarin de dood met gebroken kracht zijn werking als vooruit gevoelen doet. De dood is de wortel, waaruit alle menschelijke ellende op-
Gelijk vroeger in
overleidt.
Dood en
schiet.
ellende
zijn
van één geslacht. Alle ellende
een begin
is
van dood, een voorsmaak van dood, een eerste station op den langen weg, aan welks einde de dood
ligt.
Er
wendig noch inwendig denkbaar, op afgedrukt. De dood
is
is
geen menschelijke ellende, noch
of het
de ééne,
altijd
menschelijke ellende voortkomt. Het
is
demonische macht van den dood, die
in al
werkt. Of wil men, de dood
is als
uit-
stempel van den dood staat er
opwellende bron, waaruit
alle
de geest, de kracht, de vijandige, ons leed en in
al
onze ellende
de bekende moederplant, waar
al
de kleine
met organische banden aan hangen. Te erkennen dat de dood een vijand Gods is, de laatste vijand, die zal
plantjes van leed en
te
niet
macht
van
ellende, als
gedaan worden, en niet die
is,
als
te erkennen, dat alle leed en ellende
een vijand tegenover God
een
staat, is alzoo beide. Schrift
en ervaring, in het aangezicht weerspreken. Leed en ellende zitten aan
den dood af te
vast,
scheiden.
vormen met den dood één geheel, zijn van den dood niet Het zijn de wapenen waarvan de dood zich bedient, om,
hem nog
zoolang
vooruit te
belet
benauwen en
is
ons den doodelijken slag toe te brengen, ons
te kwellen,
en
doen voorgevoelen van
iets te
zijn
omvangen en de angsten der vond benauwdheid en droefenis," dat is het
nadering. „De banden des doods hadden mij hel
hadden
mij
pijnlijk besef,
getroffen; ik
de angstige gewaarwording, die
onder het leed der
ziele
we
een vijand Gods gesteld, een vijand dien God
is
doodelijken
God ook
bestrijdt, rijzen,
is
en dien
de dood
God
wil
of ons leed en
een vijand Gods, ons als uit de vooruitwerking van dien éénen vijand toekomende, en dus staat het hiermee tevens vast, dat
tegen leed en ellende strijd voert, en van ons eischt, en het ons
oplegt, dat wij onverzoenlijk en standvastig,
trouw den U.
zielsbeklemdheid
en des levens doormaken. En daarom
dat wij bestrijden, dan kan er ook geen twijfel ellende
bij alle
strijd
met mannenmoed van
geloofs-
tegen alle leed en tegen alle ellende zullen aanbinden. SI
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's