De gemeente gratie - pagina 497
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VLOEK EN SCHEPPING. en gezegd: is
d.
Ga
daar op over. Toen
is
de mensch daarop overgegaan, en zoo
het groote ongeluk gebeurd, en toen
w.
toen
z.
is
493
is
opeens de vloek gaan werken,
de stuwkracht des levens zelve tot een verdervende en
vernielende kracht geworden. Die vloek
God had
wist wat er gebeuren zou.
was dus wel terdege
het
hem
straf.
En ook God
gezegd.
Adam heeft
gewild en wil nog, dat zoodra de trein des levens uit het spoor van
zijn
ordinantie ghpt, de vaart wordt afgebroken en de vernieling intreedt. Dat
was de Scheppingsordinantie. Het anders
te
gedoogen zou geweest
een afstand doen van Goddelijke majesteit en een overgeven van
zijn
zijn
heihg
geworden mensch. Daar kan, zij het met eerbied uitgesproken, God zelf niets aan veranderen, omdat God zichzelf niet verloochenen kan. Hier ligt God door God gebonden. De vloek moest intreden. D. w. z. de door Hem geschapen bestel aan Satan of aan den zondaar
levenskracht moest in haar tegendeel omslaan, en eerst als de trein des
om
levens weer gereed was, glijden,
kon
de
kracht
ten
in
het spoor van
zijn
ordinantie voort te
verder ve weer een kracht ter behoudenis
worden en de vloek in zegen worden verkeerd. Het lijden, de ellende, de dood moeten alzoo hun werking hebben. Dit anders te stellen ware God van zichzelven vervreemden, het oorspronkelijk bestel der Schepping te niet doen, en den triomf der zonde voorbereiden. Wil men het zoo uitdrukken, dan deinzen liefde
van God voor
zijn
we
niet terug voor de uitspraak, dat de gadelooze
gevallen wereld onmachtig was,
om
deze vreeslijke
uitkomst te voorkomen. Een hefde die dat beoogd had, zou de wereld van
maar tevens van haar God beroofd hebben; want een God die alzoo zijn eigen oorspronkelijk, uit zijn wezen en wijsheid gevloeid bestel te niet deed, zou ophouden God te zijn, en zijn schepsel niet meer kunnen zaligen met zijn eeuwige liefdesgemeenschap. God moest het leven
lijden
gered,
in vloek
doen omslaan.
Maar sloot dit daarom de werking van Gods ontferming uit? Ja, indien Gods bestel ware geweest, om in het aan den trein des levens door 'smenschen moedwil overkomen ongeluk te berusten. Maar dit was Gods wil niet. Neen, de ontspoorde trein des levens zou weer op de rails zijner Goddelijke ordinantie worden gebracht, en diezelfde kracht, die nu verdierf, zou weer een kracht worden, die den trein des levens, heel den weg der het
roeping langs,
tot binnen de poorte van het heilig Jeruzalem bracht. Daartoe nu moest de vloek bestreden, moest de uitw^erldng van den vloek gestuit worden, en moest elk middel aangewend, om het bedreigde leven
van wissen dood en ondergang
Dat nu is het doel zoowel van de particuliere als van de gemeene gratie. Omdat God God is, kan de te redden.
vloek niet uitblijven, maar ook omdat
God God
is,
kan God
niet aflaten
tegen den vloek in te gaan, tot eens de almachtigheid zijner ontferming dien vloek geheel zal hebben te niet gedaan.
De
vloek moet uitbreken,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's