De gemeente gratie - pagina 469
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TEGEN DEN VLOEK.
465
L.XI. Te^eii den vloek.
In het zweet nws aanschijns znlt gij
de
tot
Want
zijt.
aarde gij
zijt
wederkeert, stof,
en
gij
brood eten, totdat
gij
dewijl gij
daaruit
genomen
znlt tot stof wederkeeren.
Gbn. 3:19.
Uit de Goddelijke aanwijzing, dat de gevallen mensch zich door de koude
en guurheid het hchaam niet mocht laten verwoesten, maar tniddelen moest
om
aangrijpen en gebruiken,
de gevoelige huid tegen het gevaar dat uit
met noodzakelijkheid, dat het kwaad over ons te laten komen, maar
den dampkring dreigde,
te beveiligen, volgt
Gods ordinantie
lijdelijk
niet
is,
het
dat daarentegen Gods ordinantie ons het bestrijden van de ellende des
levens ten
plicht
stelt.
Het
staat
niet
zoo,
dat
God
het gebruik van
middelen tot verweer tegen de ellende en het lijden des levens, ons vergunt, als iets dat eigenlijk niet zoo hoorde, en ons alleen uit genot wordt
toegestaan. Neen, de paradijsgeschiedenis onderwijst ons klaar en duidelijk,
dat het gebruik van middelen ons als plicht wordt opgelegd. niet
doen.
We
mogen
maar tegen de gevolgen van den vloek strijden, maar we moeten het Het is een eisch, een gebod, een ordinantie, die tot ons komt. En
wie zich hiertegen verzet, verzet zich tegen het Goddelijk bevel. Dit volgt op zichzelf reeds uit den pels,
Eva na den
val omhing.
Want wel wordt
waarmee God
zelf
Adam
en
ons niet gemeld, dat dit be-
kleeden van den mensch verzeld ging van een gesproken woord, maar toch
ligt
in die
daad
zelf
reeds een Goddelijk bevel
in.
Als
God ons een
voorbeeld geeft, hgt het in den aard der zaak, dat wij dit hebben na te volgen.
Dit zal voor
Adam
en Eva, wat hun personen
betreft, zeker niet
zijn gekomen, want zulk een pels slijt bijna Maar toen hun kinderen geboren werden, en deze hun kinderen aan hetzelfde gevaar van de guurheid van den dampkring waren blootgesteld, zouden Adam en Eva in strijd met Gods duidelijk verklaarden wil hebben gehandeld, bijaldien ze hun kinderen niet tegen de koude beschermd hadden, Alzoo lag wel terdege reeds in dit bekleeden van Adam en Eva met vellen
zoo spoedig in aanmerking niet.
het voorschrift, de ordinantie en het gebod, dat de gevallen mensch,
wegen, waar de guurheid van de atmosfeer
zijn
aller-
gezondheid of leven zou
bedreigen, zich tegen dit gevaar heeft te weer te stellen, dien vernielenden
invloed van wind en koude en vocht heeft te bestrijden, en te dien einde
de middelen heeft aan te wenden, die
God
in
de natuur
te zijner be-
schikking heeft gesteld. U.
30
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's