Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 448

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 448

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

MENSCH EN DIER.

444

aangewezen

zijn

op middelen die God ons voorlegt, opdat wij ze zelven

gebruiken zouden,

bij

den menscli het algemeen heerschende beginsel

terwijl het in de dierenwereld uitzondering

zeggen: Voor de dieren

hoogere standpunt,

om

is

blijft.

het onmiddellijk van

God

wachten, zou dan ook

te

Eer omgekeerd moet gezegd, dat het

bruiken van middelen het veel hojgere standpunt slechts voor een deel voorkomt, is,

te

het wel zoo, maar voor ons menschen geldt het

ganschelijk den bal misslaan.

stemd

is,

Wie geneigd was om

maar toch

is,

dat

eigenlijk voor

en eerst in de wereld der menschenkinderen tot

ge-

de dieren

bij

den mensch bezijn

recht komt.

Zelfs kan gezegd dat het bestaan en zich ontwikkelen door aanwending van middelen de karaktertrek van ons menschelijk leven is.

Ge kunt u

hiervan aanstonds overtuigen door den mensch in

loosheid te stellen tegenover de welvoorzienheid van het

dier.

hulpe-

zijn

Neem

b.v.

een leeuw en een naakten Kaffer. Die leeuw is ongemeen veel sterker. kleedij. En ook die leeuw is gewapend

Die leeuw draagt een prachtige

op ontzaglijke manier,

om

eiken tegenstander rustig te staan.

En

daar-

ge nu dien Kaffer, veel kleiner en zwakker, in zijn naakte tegenover huid, en met geen ander wapen van nature, dan twee handen, met kleine, nietszeggende nagelen er aan. Zoo genomen wint derhalve het dier het ziet

hier in elk opzicht van

den mensch;

is

het dier

rijk

door

God

bedeeld, en

de mensch als een hulpeloos wezen te midden van bittere vijanden geplaatst. En toch is dit niets dan schijn. De uitkomst heeft het dan ook

wel anders geleerd. Ten niets,

omdat

die

slotte

mensch

in

vermag het sterkste

zijn

hersenen, en in

dier tegen den zijn

mensch

verborgen innerlijk

leven iets bezit, wat het dier geheel mist: het kunnen nadenken, het

kunnen uitvinden, het kunnen combineeren, het komen van het één op het ander, en daardoor de vatbaarheid voor

altijd

doorgaande ontwikkeling.

Wie het oog sluit voor dit geheel onderscheiden innerlijk wezen van den mensch, komt met de rijken der schepping niet uit. Eerst toch ziet ge een klimming. Van het mineraal khmt ge op tot de plant, van de plant tot het dier, en in die dierenwereld van schier wezenlooze schaaldieren tot den leeuw in het woud en den adelaar die zijn nest op den rotssteen

Maar als ge nu van het dier op den mensch overgaat, is er geen klimming maar achteruitgang. De mensch is veel minder sterk, is veel minder heerlijk om zijn Uchaam bekleed, en veel minder gewapend; ook stelt.

gebonden aan deze aarde, terwijl de vogel het luchtruim doorklieft. Ge zoudt naar die orde dus moeten stellen, eerst het mineraal, dan de plant, daarna de hulpelooze mensch, en ten slotte het sterke, edele dier.

is

hij

Maar

voelt ge

nu

zelf niet, dat dit niet kan,

dat ge aldus de orde verzet,

en niet recht neemt, en dat het dier niet hoven den mensch, maar onder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 448

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's