In Jezus ontslapen - pagina 79
„DE GEEST DES MENSCHEN DIE IN HEM is".
63
Wel pogen we in onze voorstelling het beeld dat uit de herinnering opkomt, te veredelen, iets wat schilders en teekenaars soms symbolisch uitdrukken, door het hoofd met een stralenkrans te omgeven: maar ook zoo blijft het dan toch de zichtbare verschijning, en aan onze dooden als aan geesten denken, kunnen we
schier nooit. Zelfs de engelen die enkel geest zijn verschenen in zichtbaren vorm als ze zich openbaren wilden, sprekende gelijk wij onder malkander spreken. En ook waar bijgeloof schimmen of booze ,
,
geesten meende te ontwaren verscheen voor de verwarde verbeelding altoos iets wel vaags en grauws, maar dan toch een iets met zekeren omtrek en zekere tinten. Alleen van de geesten die de bezetenen ten onder hielden, staat dat ze hun slachtoffers „ scheurden " en „ in het vuur wierpen" zonder dat de omstanders van die geesten zelven eenigen vorm of eenige gestalte ontwaarden. Doch ook in dit geval was het dan toch een werking, die werd waargenomen aan een zichtbaar persoon, en die uitkwam in tastbare daden. Een geest op zichzelf daarentegen zonder een gestalte waarin hij zich hult, zonder een gedaante waarin hij optreedt en zonder een tastbare werking waarin zich zijn kracht uit, valt buiten onze gewone bevatting. Daar kunnen we over spreken, zoo iets kan in de idee voor ons bestaan maar werkelijkheid wordt het voor ons niet. ,
,
,
,
Toch vergete men
niet, dat zóó en niet anders de bestaansvan al onze afgestorvenen is, en dat ook ons zelven geen ander lot wacht, dan om, na de afschudding van ons lichaam in het sterven, tot aan de wederopstanding der dooden, enkel
wijs
als geesten te bestaan.
Blijven we nu desniettemin schier uitsluitend aan de zichtbare verschijning van onze dooden hechten, dan is er wel een voortleven van de herinnering, maar geen meeleven met hen in het heden, en wordt dus met elk jaar dat voorbijsnelt, de afstand grooter die ons van hen afscheidt. Gevolg waarvan is, dat ge in tal van familiën, die eerst bijna hartstochtelijk zich aan de herinneringen harer lieve dooden vastklemden, na verloop van reeds enkele jaren die herinnering allengs zoo meer ziet uitslijten.
En
ook
wat ons eigen zielsbestaan betreft, heeft het zijn zijde, dat die van het lichaam afgescheiden staat
bedenkelijke
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's