De gemeente gratie - pagina 225
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
221
DE GEMEENE GRATIE IN ONZE OPVOEDING.
Vrijmachtig koos Hij een heel andere wijze van voortbrenging. Niet als volwassen persoon, maar als hulpeloos wicht zou de mensch voortaan ter
wereld komen, ter wereld komen geteeld en gebaard door vader en moeder, en daardoor in de eerste levensjaren geheel van vader en moeder afhankelijk zijn. Eerst
zou het kind des menschen zelf een deel van de moeder
haar vleesch en bloed, in haar wezen schuilende. Daarna zou het uitkomen, maar om aan de moederborst gevoed en op den moederschoot
zijn,
te worden. En zoo eerst zou het kind des menschen, met zeer langzame overgangen, allengs opgroeien tot zelfstandigheid, om ten slotte vader en moeder te verlaten, zelf te huwen, en alsnu zelf eenzelfde levens-
gedragen
proces te vernieuwen, als waaruit
God de Heere
Voorts had of
hij zelf
geboren was.
het kind des menschen aldus kunnen scheppen
doen geboren worden, dat het
in
de eerste levensjaren geen invloeden
had kunnen opnemen. eerste levensjaren in staat van afhan-
kon ondergaan, en geen blijvende indrukken
in zich
mensch wel zijn hebben doorgebracht, maar dat zou niet beslissen over zijn toekomst. Hij zou die opleidingsjaren dan doorleefd hebben als in gepantserden staat. Maar ook dat heeft God de Heere niet gewild. Litegendeel,
In dat geval zou de kelijkheid
was zoo week en zacht. Het jonge kind is voor indrukken uiterst gevoehg. Wat men met de moedermelk indrinkt, of wat ons, gelijk het volk zegt, met den paplepel
Hij
den mensch geboren worden met een hart
laat
als
wordt ingegoten, blijft ons vaak heel ons leven bij en op heel ons leven nawerken. Als kindeken stonden we daar machteloos tegenover. We wisten zelfs niet wat met ons gebeurde. We werden bewerkt zonder het zelf te weten. We ondergingen invloeden, die misschien ons leven zouden beheerschen, en waaronder
laat
we
volkomen begrijpen, dat een
zich
vermetel en goddelooslijk op
doen kerk,
is,
toch volmaakt
lijdelijk
verkeerden. Dit
is,
het niet uitgesproken, voor ons gevoel iets ontzettends, en het
waarom
dat
hij
stoft,
straks den nek verhardt, er
dat het niet
En al weten God ligt, maar
zoo slecht werd.
dat de oorzaak niet in
die
zijn schuld,
wij beter, en al
maar Gods belijdt Gods
daarin, dat de zonde ook in
den organischen saamhang van geslacht op geslacht oversloop, het harde feit blijft niettemin vaststaan, dat de opvoeding aan niet weinigen ten vloek in plaats van ten zegen is geweest. Men kan zelfs verder gaan en zeggen dat, zoo de opvoeding, zonder nu slecht te zijn, toch in een verkeerd spoor wordt aarden.
Ook
geleid,
een geheel volk er door kan verzinken en ontis alleen aan de
ten onzent heeft dit gevaar bestaan, en het
energie der vrije school te danken, dat dit booze gestuit
is,
kwaad
althans ten deele
en ook voor de toekomst met hoop op goed gevolg kan worden
tegengestaan.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's