In Jezus ontslapen - pagina 147
„EN HIJ ZAL NIET MEER DAAR UITGAAN ".
131
en gesmaakt wordt in het Vaderhuis daarboven. „Volharding der heiligen" op aarde zegt alleen nog maar, dat wie Christus is ingeplant wel nog afvallen kan, maar niet voor eeuwig vervallen. ," zoo beleden onze vaderen te Dordt „ Hoewel die macht Gods „waardoor Hij de ware geloovigen in de genade bevestigt en bewaart meerder is dan dat zij van het vleeseh zouden kunnen overwonnen worden, zoo worden nochtans de bekeerden niet altijd alzoo van God geleid en bewogen dat zij in sommige bijzondere daden door hunne eigene schuld van de leiding der genade niet zouden kunnen afwijken en van de begeerlijkheden des vleesches verleid worden, en die volgen. Daarom moeten zij gestadiglijk waken en bidden, dat zij niet in verzoekingen geleid worden. gelijk ze gekeild
,
,
,
,
En
dit niet doen, zoo kunnen zij niet alleen door het de wereld en den Satan tot zware en ook gruwelijke zonde vervoerd worden, maar worden zij ook imlerdaad, door Gods rechtvaardige toelating daartoe somwijlen vervoerd; gelijk het droevige vallen van David, Petrus en andere heiligen, dat ons in de Schrift beschreven is, bewijst." En verder: „Deze leer van de Volharding der ware geloovigen en heiligen, mitsgaders van de verzekerdheid dezer Volharding, welke God tot zijns naams eere en tot troost der Godvruchtige
zoo vleeseh
zij
,
,
zielen, in zijn Woord zeer overvloediglijk geopenbaard heeft, en in de harten der geloovigen indrukt, wordt wel van het vleeseh niet begrepen, en wordt van den satan gehaat, van de
wereld bespot, van de onervarenen en hypocrieten misbruikt, en van de dwaalgeesten bestreden maar de Bruid van Christus heeft haar altijd, als eenen schat van on waardeerbaren prijs, zeer teederlijk bemind, en staudvastiglijk verdedigd. En dat zij dit ook voortaan doe zal God bezorgen tegen denwelkeii geen raad geldt, noch eenig geweld iets vermag. Welken eenigen God, Vader, Zoon en Heiligen Geest, zij eere en heerlijkheid in eeuwigheid, Amen." Schenkt nu reeds deze „volharding der heiligen" op aarde q^-aii wie haar gelooven mag, zulk een onvergetelijke vertroosting, hoeveel te heerlijker moet dan niet het besef van de „volharding der heiligen" in den hemel zijn, zoo daar nooit meer een terugvallen in zoude, nooit meer één enkele uitglijding laat staan een val of afval bestaan kan. En toch, dit juist is het wat wordt uitgedrukt door de bezegelde belofte des Heeren: Die overwint gaat in den tempel in, en zal nooit meer daaruit gaan. Niet hij kan er wel uitgaan men zal toch altoos terugkeeren. Neen, veel heerlijker en veel stelliger: zijn voet zal nimmer:
,
;
,
:
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's