De gemeente gratie - pagina 300
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET ZEDELIJK GOEDE
296
IN
DEN ONWEDERGEBORENE.
XXXIX. Het zedelijk goede in den onwedergeborene.
Kan
mijne
ook,
brengen,
een
of
broeders,
een vijgeboom olijven voort-
wijnstok vijgen? Alzoo kan geene fontein
zont en zoet water voortbrengen.
De
groote
moeiliikheid,
om
van de
zich
Jak. 3
:
12.
van een w^eder-
gesteldlieid
geboren mensch een rechte voorstelling te vormen, ligt daarin, dat hij al den indruk maakt van te zijn, v^at volgens den apostel Jakobus niet bestaan kan, er zijn in
t.
w. een fontein die
hem goede
zonde ontdekt, maar er vele zonden.
En
den regel recht
zoet-
het leven van den wedergeborene ook zoo-
zijn in
dat niet, als maakte loopt,
en zout water voortbrengt. Zeker
w^erken, v^^aaraan ons oog althans geen smet van
den indruk van iemand
hij
die in
en slechts nu en dan een mistred doet. Veeleer
belijden de Gereformeerde kerken, dat er
niemand
is
die het in dit leven
verder brengt dan tot een klein beginsel der ware gehoorzaamheid; dat
kwaad
de kinderen Gods in dit leven tot den einde toe met het
hebben
;
en dat tot aan het graf ons het gebed
maar
schulden, en leid ons niet in verzoeking,
Eerst in het sterven
zelf,
verzelt
:
van den booze." gemeenschap met
verlos ons
de dood intreedt en
als
te strijden
„Vergeef ons onze
deze wereld en ons leven in die wereld voor ons
alle
afsnijdt,
houdt de prikkel
der zonde op, en werkt er in Gods kind niets anders meer dan de aandrift uit
den Heiligen Geest, die in
En wel
zijn
wedergeboorte
hem geschonken werd.
staat tegenover deze belijdenis der Gereformeerde kerken de be-
wering van anderen, dat een kind van God het reeds
„volkomen heiligheid" kan brengen, maar
al
in dit leven tot
zulk beweren berust op mis-
De vraag toch, of iemand volkomen heilig is, hangt niet af van wat anderen in hem ontdekken, maar van hetgeen Gods heilig oog in hem ziet, en dat oordeel Gods kent niemand, dan alleen de persoon zelf, voor zoover zelfmisleiding hem geen parten speelt. Nu leert intusschen verstand.
de ervaring, dat als iemands vroomheid inniger en gezetter worden,
hem
toeneemt.
de toevluchtneming tot
En waar dan ook
zelfs
zijn consciëntie
het kruis van Golgotha
nauw-
juist in
op den kansel enkele mannen hebben
gestaan, die de verklaring aandorsten, dat ze zich niet herinnerden, in de laatste drie of
meer jaren
ooit
een zonde te hebben begaan, daar ging die
verklaring van een uiterst oppervlakkig begrip van zonde
weinig hooger dan de gewone verklaring die der wereld hoort: „Op mij veel ook
maar van
is
niets
mij zeggen kan."
aan
We
te
men
uit,
en stond
zoo vaak onder de Heden
merken. Er
is
niemand
die zoo-
ontkennen daarom volstrekt
niet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's