De gemeente gratie - pagina 299
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
295
HET ENTEN VAN DEN WILDEN BOOM. opdat
zouden
recht
zij
Geestes Gods
maar
zijn;
en
verstaan
onderscheiden die dingen, die des
dringt ook in tot de binnenste deelen des
Hij
nienschen met de krachtige werking deszelfden wederbarenden ^) Geestes. Hi] opent het hart, dat gesloten is Hij vermurwt dat hard is Hij benijdt ;
:
dat onbesneden
is.
In den wil stort Hij nieuwe hoedanigheden, en maakt
dat die wil, die dood was, levend wordt; die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil; die wederspanning was, gehoorzaam wordt.
En Hij beweegt en sterkt dien wil alzoo, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen." De eenige uitdrukking die hier nog aanstoot zou kunnen geven is: „het instorten van nieuwe hoedanigheden"; maar ook dit is
nooit een zelfstandigheid of een bestanddeel,
een gesteldheid, een
Een hoedanigheid toch maar juist niets anders dan
slechts schijnbaar.
is
een vorm van de bestaande en reeds aan-
gestalte,
wezige zelfstandigheid. Doch ook zoo
blijft
deze verandering van en in ons
ik een mysterie, waarvan zoo terecht te Dordrecht beleden werd: „De wijze van deze werking kunnen de geloovigen in dit leven niet volkomenlijk
begrijpen;
ondertusschen stellen
gevoelen, dat
zij
zij
zich
daarin gerust, dat
zij
weten en
door deze genade Gods met het hart gelooven, en hunnen
Zaligmaker liefhebben."
Al wat ons
rest,
zullen
we
de heiligmaking
burgerlijke gerechtigheid nader verklaren,
onderscheid in elke wil
men
in
elk
en het leven
wel
in
actie
haar verband met de
in
dan ook
te
wijzen op het
tusschen het middelpunt en den omtrek, of
plantenleven op het onderscheid tusschen het kiemleven
we in zijn toepassing De voorstelling van een
de uitgegroeide plant. Dit hegrijpen
het geeft ons toch een voorstelling.
maar waarvan de levensactie uitgaat, en van een breede sfeer waarin de van dat leven werkt. Dat punt van uitgang is dan klem, onzichtbaar
niet,
punt,
Ie vensfeer
is
schuilend,
en toch beheerscht het
al
het overige. Die breede omtrek, die
dan breed, komt uit in het zichtbare, maar wordt beheerscht door de kracht die opwerkt uit die schuilende kiem. En deze onderscheiding nu maakt het ons mogelijk, ons voor te stellen, l;ioe er een wijziging tot stand kan komen in die kiem, in dat ééne punt waarvan de sfeer
van leven,
actie
uitgaat,
is
zonder dat er voorshands in dien breeden omtrek nog vervalt. Maar gaandeweg wordt die verandering in het
andering te bespeuren
middelpunt voltooid, wint daardoor uitingen
te
ook
in de levens-
openbaren, en zoo wordt dan ten slotte die verandering of
vernieuwing ook
')
in kracht, begint zich
in heel dien
breeden omtrek merkbaar.
Wederhoren wordt hier genomen in den zin van: de voortgaande levensvemieuwing.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's