De gemeente gratie - pagina 518
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VINDEN DER MIDDELEN.
514
van hier naar Weenen te krijgen, en aan wat lijfsgevaar zich blootstelde, wie van Amsterdam naar Geneve toog. De briefwissehng dier dagen geeft er staal na staal van. Toch is gemeenschap tusschen de volken altoos stuiting en tempering
van een der gevolgen van de zonde. En
zie nu,
hoe
in geleidelijke op-elkander-volging die gemeenschap allengs gemakkelijker
gemaakt en versneld is. Thans reist men reeds heel de wereld om in evenveel dagen als men nog voor drie eeuwen noodig had, om in ons ééne kleine werelddeel van het Westen naar het Oosten te trekken. En als men teruggaat tot in de dagen der Volksverhuizing, dan waren het toen weken, wat in de 16"^ eeuw reeds dagen waren. Eén machtige postverbinding brengt het menschelijk woord thans voor bijna geen geld naar einden
alle
der aarde.
is, en ge geld hebt om het uw woord in enkele uren heel ge antwoord terug. Nu lag dit alles natuurlijk Adam en Noach af in de natuur in. Geen enkele
En
als
het noodig
telegraafnet der wereld te gebruiken, gaat
de wereld om, en hebt reeds van de dagen van
kracht
mede
is
er bijgekomen.
dit alles
Het
zijn al
van meet af bestaande krachten waar-
gewerkt werd en wordt, en het
is in geleidelijke
dat ons geslacht van het ééne op het andere gekomen
kracht voor, de andere na ontdekt heeft. erkennen, óf dat
dit
alles
is,
opvolging
en de ééne
Ge moet dus van tweeën één
vrucht van het toeval
is,
d.
w.
z.
ge moet het
onverklaard laten (want het toeval is zinneloos en redeloos); óf ge moet wel erkennen: dat God dit alles alzoo van meet af voor ons besteld en bestemd had, en het ons te zijner tijd heeft doen vinden en ontdekken.
Maar dan
ligt er
ook ondank en onvroomheid
van wetenschap vergeet Gode van
dit alles
in,
niet alleen
waar de man
de eere te geven, maar evenzoo
God ons vinden deed en toonde, aanwendt en gebruikt. God toont het en ontdekt het ons, om ons leven gelukkiger te maken, en wat dan te zeggen van hen, die heuschelijk nog wanen vroom te zijn, indien ze deze goede dingen onzes Gods liggen laten, en alzoo door feiten toonen, dat ze er niet van gediend zijn? Een vergrijp daarom te ernstiger, omdat de historie leert, hoe de vromen altoos eindigen, met ze toch te aanvaarden, maar dan niet als gave onzes Gods, maar als ons opgedrongen door gewoonte, mode of gang van zaken. Dan niet als vrucht van gemeene gratie, maar dan als als
gij,
als
kind van God, datgene wat
niet gretig aangrijpt,
uitwerksel van gemeen gebruik.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's