De gemeente gratie - pagina 529
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET LIJDEN SOLIDAIR.
525
weeën, die den rampzalige alsdan wachten. Meer nog,
juist dit
opschortend
karakter bracht teweeg, dat alle lijden en ellende tevens genade werd,
om
en de bestemming verkreeg,
zonde te stuiten, ons op te voeden en
daardoor tevens te heiligen.
Hierdoor ontving alzoo het er oordeel en straf
in,
lijden
maar ook
een duhhel karakter. Zeer zeker spreekt
anderzijds genade ter stuiting van zonde
en ter heiliging, en
alle misverstand ten deze wordt daaruit geboren, dat, twee hierover twisten, de één het oordeel in het lijden voorbijziet, en de ander voor het heiligend karakter van het lijden het oog sluit. Bij
als
den Christen
het lijden geen straffende realiteit bedoelde, maar omdat
hem gedragen
Christus alle straf der zonde voor
rechtvaardig voor ja als
hadde
hij
God
had
staat, „evenals
aanneemt. Doch
geloovig hart
voor
al
hun
zijn
hem
lijden
bij:
en
heeft,
hem
voor zooverre
nu
volbracht heeft." gij
zulks met een
houdt dan toch altoos
dit
zelf
hij
nooit zonde gehad en gedaan,
in,
dat een
kan dragen, omdat Christus het dus een vroom man, of een vrome vrouw, die
best" geen straf meer
droeg.
nog
hij
het al volbracht, wat Christus voor
Natuurlijk voegt onze Catechismus er
„Christen op
en valt het eerste weg, niet alsof
alleen het laatste,
blijft
hem
ook voor
Is
er
straf verstaan
als
en als straf ondergaan, dan toont en
hun vroomheid, maar eer omgekeerd hun onvroomheid. Er blijkt dan toch uit, dat hun geloof tekortschoot, en dat ze de voldoenende kracht van het lijden en sterven van Christus op dat oogenbhk niet waarlijk omhelzen en op zichzelven toepassen. Deden ze dit, dan zouden ze als „geliefde kinderen" niet anders dan kastijding in hun lijden kunnen zien, bewijst dit niet
en zouden ze elk denkbeeld van lijden
voor zich persoonlijk voelen
als straf
wegvallen, ziende op Christus.
Hoe
die zeggen in de verzoenende
en voldoenende kracht van Jezus'
wereld vrome, geloovige Christenen,
ter
lijden
en
sterven te gelooven, dan ook nog van pestilentie en ziekte spreken kunnen,
van het arresteeren van een straffend en oordeelend God, is voor wie Vraag 60 met den Heidelberger in den zin van „volkomen rechtvaardiging als
door het geloof" beantwoordt, kortweg een raadsel. Natuurlijk voor zooverre ge uit ontzinkt,
uw
God
vaardigd voor in
tegen
u.
Ge
in zulk
God
uw
Dan staan.
uw
weer
uitvalt,
aan
Uw
voelt u buiten
uw
geloof
uw
van
straf
Ge voelt u weer aanzonden staan weer tegen u op en getuigen
raakt het
Christus.
consciëntie.
Ge draagt weer uw
een gemoedsstemming, ondergaat ge
rechtstreeks op u aandringende straf.
voor
geloof
en u dus niet of niet meer gerecht-
laat,
gevoelt, keert aanstonds het besef en gevoel
het lijden terug.
geklaagd voor
En
weer glippen
geloof
besef plaats, omdat ge aan
Doch dat
uw
uw
lijden
grijpt
eigen oordeel.
weer
als klare,
dan alzoo uitsluitend
geloof ontzonkt.
En hetgeen u dan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's