De gemeente gratie - pagina 208
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
ONMIDDELLIJKE WEDERGEBOORTE.
204
oog worden verloren. Immers dat er aan de bekeering iets voorafgaat, al ware het slechts het roepen tot bekeering, en dat reeds deze roeping, ook al
neemt men
ze
geheel uitwendig, een bewijs van genade
tegen te spreken. Maar zoo staat het met de wedergeboorte
is,
valt niet
niet.
Er kan
wel ook achter de wedergeboorte genade schuilen, maar deze komt in geen geval zoo uit, en heeft, ook waar ze kan worden aangetoond, een geheel andere beteekenis en draagt een geheel ander karakter. Wie beide, wedergeboorte en bekeering,
bij
de bespreking der voorbereidende genade dooreen-
mengt, loopt alzoo grootelijks gevaar, de woorden „genade" en „voorbereidend" in onvasten, wisselenden zin te gaan bezigen, en hierdoor te ge-
raken
tot
een valsche slotsom.
Ter afwending van staan,
bespreken
dit gevaar,
we daarom
waaraan ook onze uiteenzetting bloot zou
beide afzonderUjk, en zien alzoo eerst de
vraag onder de oogen, of er een voorbereidende genade aan de wedergeboorte. Die genade kan van tweeërlei aard
is
die voorafgaat
zijn
:
óf zoodanige
genade die den zondaar voor de wedergeboorte ontvankelijk maakte, óf wel een genade die het in hem tot stand brengen van de wedergeboorte hielp.
Voor de goede geboorte van een kind kan tweeërlei te stade komen: ten eerste de krachtige gezondheid van de moeder, en ten tweede de degelijke hulpe van den vroedmeester. Of wil men de wedergeboorte liever met een operatie vergelijken, zeg dan dat het welslagen van een operatie kan
worden voorbereid, ten eerste door het gestel van den
lijder
op gezonde
kracht te brengen, en ten andere door operatiebed, instrument en heelkundige hulp zoo uitstekend mogelijk te doen wezen, In dien zin nu kan
ook
bij
de wedergeboorte worden gevraagd, vooreerst of de toestand van
den zondaar verschil maakt, en ten andere of er vooruit iets kan worden verricht, om de wedergeboorte te beter te doen slagen. Hiertoe moet de vraag beperkt. Want wel gaat er velerlei andere genadedaad Gods aan de wedergeboorte vooraf, maar deze draagt geen voorbereidend karakter. Een ieder geeft toe dat aan de wedergeboorte voorafgaat de eeuv^dge verkiezing van den zondaar, en dat de wedergeboorte met noodzakelijkheid volgt, omdat de verkiezing voorafging. En zoo ook erkent de Gereformeerde kerk, dat de wedergeboorte gemeenlijk binnen de sfeer van het genadeverbond valt in de verbinding met de voorafgaande geslachten,
maar ook
dit is
het niet, wat
men
bedoelt, als er gesproken
wordt van voorbereidende genade. Voorbereidende genade zou er dan alleen bij de wedergeboorte wezen, indien aan de daad der wedergeboorte een ontvankelijk
maken voor
die wedergeboorte voorafging, of ook indien er,
kwam, iets voorafging, waardoor ze werd Wie erwten of dergelijke poot, doet vooraf tweeërlei. den grond waarin hij poten wil, door dien los en rul te maken
eer de wedergeboorte tot stand ingeleid of bevorderd.
Hij bereidt
en te mesten, en
hij
weekt de erwten
m
water,
om
de spoedige ontkieming
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's