Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 73

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 73

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

69

DE DOOPERSCHE OPLOSSING.

dat van

God

en

uitgaat,

zelfs

het Sacrament van den Doop kan niet anders

doen, dan deze daad Cliristi bevestigen. telen duivelen

Het

gehouden, dat bezetenheid heel

iets

dat Christus en

feit

hadden uitgeAVorpen, werd daarom

niet ontkend,

zijn

apos-

maar staande

anders w^as dan het gev^^one verkeeren

van den zondaar onder den vloek. Dit verkeeren onder den vloek was

iets

dat op alle menschen vóór hun wedergeboorte betrekking had, die bezetenheid gold slechts van enkele personen. Dat verkeeren onder den vloek

doelde op inwoning van den Booze, die bezetenheid op inwerking van den

boozen geest, in de

En

ziel.

als

gevolg hiervan kon de bezetene van

zijn

boozen geest verlost worden, zonder nog het minste deel aan Christus te hebben, zóó dat hij in het rijk van Satan bleef; terwijl omgekeerd de

van onder den vloek en het geweld van Satan, vrij man in werd, en niet meer van de vrijheid van Gods kinderen kon

verloste

Christus

worden

beroofd.

Het gewichtigste bezwaar tegen deze belijdenis der Gereformeerde kerken werd natuurlijk ontleend aan het Oude Testament, en het is eisch van het onderwerp, dat we de aan dat Oude Testament ontleende bedenking even opzettelijk onder de oogen zien. Het valt 'toch niet te ontkennen, dat bij den dienst van den Tabernakel en van den Tempel juist soortgelijke plechtigheden van wnjding in zwang waren, als in de Roomsche, Grieksche en

Luthersche kerken nog steeds

in

acht worden genomen.

den braambosch gezegd werd: „Trek

uw

voetzool van

Wat tot Mozes uw voet, want

uit

de

plaats waarop gij staat is heilig land", was geen fictie, maar realiteit. Het was de tegenwoordigheid des Heeren Heeren die op deze schuldige aarde

een onderscheid stelde tusschen de wereld buiten

Hem

en de wereld onder

Hem. En voor zoover de Heere ook in den Tabernakel, en straks in den Tempel zijn tegenwoordigheid wonen deed, was ook de plek van Tabernakel en Tempel heilig land, en al wat op die heilige plek in zijn dienst gebruikt werd.

Hem

gewijd en in exceptioneelen zin heilig. Ja, tot op

zekere hoogte strekte de schaduw van

's

Heeren tegenwoordigheid

zich in

de woestijn over heel de legerplaats, en in Palestina over heel het land

en volk

uit,

zoodat,

heel het land van rein

zij

het ook in minderen graad, heel die legerplaats en

Kanaan

als

één heilige erve gold, van het onheihg

ter-

der woestijn, en van de onheilige erve der heidenen onderscheiden.

Voor zoover dan ook alzoo in het heilig

uit

het menschelijk leven onreinheid voortkwam, en

land binnendrong, moest deze onreinheid uit het midden

des volks Avorden weggenomen. Vooral de dood en evenzoo

al

wat met

onze zondige geboorte samenhing, deed die onreinheid binnendringen, en

vandaar de vele wetten aan Israël gegeven, om, na door een

lijk,

allerlei verontreiniging

door een dood aas, door geboorte en door wat met het ge-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 73

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's