De gemeente gratie - pagina 244
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GENADEMIDDELEN.
240
drukt gevoelen, dat de Bedienaar des Woords in de gemeente van Christus degenen, tot wie hij spreekt, geloovigen heeft te zien, geheel ten on-
in
we daarmede de bekendmaking van het Woord aan anderen afsneden. Dit is volstrekt niet zoo. We hebben alleen geëischt, dat men hier onderscheiden zou. In de kerk wordt een „verrechte de conclusie afgeleid, alsof
gadering van geloovigen" gehouden. Dat
is
het eigen karakter der saam-
gekomen gemeente. In hoeverre de enkele personen aan dit karakter beantwoorden, is dikwijls niet uit te maken, maar de zaak zelve wordt er niet door veranderd. Hypocrieten kunnen er onder schuilen, maar wie zich als
een ongeloovige openbaart, wordt uit den kring verwijderd.
we
grond nu stelden we, en stellen
Woords
in
Op
dien
nog den eisch, dat de Bediening des
de kerk van Christus hieraan beantwoorde, en alzoo zich niet
richte tot de wereld,
maar
tot de „geloovigen",
dat de predikmg tevens er op bedacht moet
ook
zijn,
al
om
alleen het geloofsvermogen hebben tot dadelijk geloof
spreekt het vanzelf, 1".
te
degenen die nog
brengen, en
2.
om
aan de hypocrieten het blijven in Christus' kerk steeds pijnlijker en onmogelijker te maken. gesteld heeft: zegt".
Dusver
De
regel
blijft,
„Wie ooren heeft is
gehjk Christus zelf dien zeven maal
die hoore
van Gereformeerde
deze stelling aangevoerd, dat ook maar
wat de Geest
tot de
dan ook nog nimmer
zijde
zweemde naar een
gemeente iets tegen
bewijsgrond.
Maar met het op den voorgrond schuiven van deze stelling is nooit door ons beweerd en kon nooit beweerd worden, dat wie buiten de vergadering der geloovigen stond, aan zijn lot moest worden overgelaten. Het bevel van Christus
is
pertinent:
Wet
Predikt het Evangelie (en dus ook de Wet,
achtergrond
want zonder de Evangelie aan alle volken en aan voorbij
te
zien,
laat
als
staan te
er geen Evangelie), predikt het
is
creaturen.
alle
betwisten, hebben
we
Wel
verre van dit
er
veeleer steeds
nadruk op gelegd, en er op gewezen hoe de verkondiging van Paulus op den Areopagus en elders juist dit karakter droeg; en in tegenstelling met de Bediening des Woords in de gemeente, deze verkondiging juist als de evangeliseerende verkondiging des
Woords
gekarakteriseerd.
Reeds de Zending bewijst de noodzakelijkheid hiervan. Alle Zending toch is evangelisatie onder Heidenen, Joden of Mahomedanen. En naast deze dusgenaamd buitenlandsche Zending, staat met volkomen gelijk recht de binnenlandsche Evangelisatie, mits deze zich niet aanstelle als optredende in de kerk.
Want wel kunnen
ook in de kerk zulke verwilderde en ver-
achterde toestanden voorkomen, dat
men
schier op
dan natuurlijk deugt de toestand der kerk danig gereformeerd worden, en moet
men
niet,
Heidendom stuit, maar moet die kerk als zoo-
door catechisatie als anderszins
pogen te doen ontdooien wat bevrozen was, en waar alle gemeenschap des levens blijkt te zijn afgestorven, van de kerk losmaken. En dan natuurlijk is
men
er
hiermede niet van
af,
maar komt ook
hier aanstonds de plicht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's