De gemeente gratie - pagina 144
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
GEWORDEN UIT EENE VROUW.
140
schonden menschelijke natuur
de volheid en volledigheid harer momenten,
in
zou kunnen aannemen. Dit nu hebben
we
opgevat niet van de
zijde
van
het vleesch, maar van de zijde van het menschelijk karakter. Niet natuurlijk,
om
het karakter onzer menschelijke natuur van den aard van het men-
vleesch en bloed af te scheiden, maar omdat het klaar
schelijk
is,
dat
vleesch en bloed onze hoogere natuur, en niet onze hoogere natuur vleesch
en bloed dient. Dat de verschillen tusschen vleesch en vleesch, bloed en bloed
bij
rassen, natiƫn en
stammen saamhangen met de schakeeringen
karakter en type, staat wel vast, maar toch
in
mag
dit nooit in
den geest
van het materialisme worden verstaan, alsof het verschil in aard en type, karakter en stemming slechts het toevallig resultaat ware van de ver-
in
schillende bloed,
bloedmenging.
Integendeel,
en deswege moest
bij
de geest wordt gediend door het
het aannemen van onze menschelijke natuur
door den Christus allereerst de aandacht gevestigd op de ongeschondenheid
van onze menschelijke natuur eerste plaats ons
in haar hoogste opvatting.
Het
niet in de
is
vleesch en bloed, en dus niet de forschheid, kloekheid
en schoonheid van het lichaam, waarover de gemeene gratie zich ontfermd heeft.
De gemeene
gratie verweert
den mensch, de menschelijke natuur,
den schat des hoogeren menschelijken levens tegen algeheele verwildering en vernietiging. Vandaar de indrukwekkende karakters, de edele verschijningen, de nobele figuren, de hooge talenten, die ge
onder de Heidenen
ziet optreden.
En
het
is
eeuw aan eeuw ook
aan de aldus behoudene, aldus
gespaarde, aldus voor schending en verminking gevrijwaarde menschelijke natuur, dat het eeuwige
Woord
zich,
dank
zij
de gemeene gratie, kon
aansluiten.
Maar na
we
dit
met
beslistheid op den voorgrond te
er thans even beslist
bij,
in onze menschelijke natuur niet tijdig
hebben gesteld, voegen
dat dit redden en sparen van het hoogere
denkbaar ware geweest zonder een
gelijk-
sparen van het menschelijke in onze lichamelijke verschijning. Een
nobel karakter spiegelt zich af in edele gelaatstrekken, en een edel geslacht,
eeuw aan eeuw door kloeke karakters
dat in
heeft uitgemunt, dient zich aan
schoone uitwendige verschijning. Reeds onder de volken
diep de lichamelijke verschijning der menschen
bij
ziet
men, hoe
het voortwoeden der
zonde kan worden nedergedrukt, en ook hoe nobeler zin ook de uitwendige gestalte van een volk zijds in
kan opbeuren en verheffen. Dit verschil gaat eener-
de geslachten, en anderzijds tot in de rassen door, en wie nu nog
de afstammelingen van in
Sem
bestudeert, niet in onze Jodenbuurten,
maar
het weelderige Oosten, en onder de Arabieren der woestijn, tot in de
zuiverder Jodentypen die onlangs uit Rusland ons land doortogen, die voelt zich
onwillekeurig getroffen door de waardigheid der menschelijke ver-
schijning en de edele gelaatstrekken die dit ras kenmerken.
vooral van den
man
spreekt
bij
De
de zuivere afstammelingen van
schoonheid
Sem
sterk,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's