De gemeente gratie - pagina 651
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
647
DE GEMEENE GRATIE EN DE ZONE GODS.
de belijdenis der heilige Drievuldigheid niet. Ze waant dat een menschel^k persoon het eigenlijke type van de persoonlijkheid is, en als ze nu hoort dat de kerk van Christus één Eenig belijdt,
kan ze dat
niet anders verstaan,
bestaande individuen bedoeld werden, klaart zijn
Wezen dan
in
alsof
de drieheid der Personen
hiermede drie zelfstandig
A + B + C. En
op dien grond ver-
ze het dan voor onzinnig en ongerijmdheid dat ooit één drie zou
of drie één. Iets
waarin
ze,
zoo verstaan, volkomen gelijk heeft. Drie
drie huizen zijn nooit één huis. Nooit bloemen zijn heeft dan ook de kerk beleden, dat deze drie Goddelijke Personen één
nooit één bloem, en
Persoon waren, maar alleenlijk dat ze één Wezen zijn. Daarom is het dan ook geheel fout, zoo men eerst denkt aan een menschelijk individu als persoon, en zich alsnu drie zulke personen in de Godheid denkt. Veeleer zou
menschheid
men dan moeten zijn
vele
zeggen: Er
is
ééne menschheid, en in deze
personen, de menschheid als één wezen gedacht.
Dan zou, tot op zekere hoogte althans, de vergelijking kunnen doorgaan. Eén menschheid en daarin vele personen, en zoo ook één Godheid, één Goddelijk Wezen en daarin de drieheid der Personen. Maar al zulke vergelijking gaat daarom mank, omdat niet God gemaakt is naar het beeld van den mensch, maar de menschheid gemaakt is naar het beeld van is de persoon dus slechts een flauw afschijnsel van wat de Persoonlijkheid in God is, en nooit mag het beperkte van onzen persoon God. In ons
op de Persoonlijkheid in het Goddelijke Wezen worden overgedragen. Vast staat dan ook, dat bij alles wat de geschapen dingen betreft, d. i. bij aUes
wat buiten God plaats grijpt, de werkingen die we waarnemen, nooit op zichzelf staande werkingen van den Vader, of van den Zoon, of van den Heiligen Geest zijn, maar dat alle deze werkingen van Schepping, Instandhouding, Verlossing en Heiligmaking, werkingen zijn van het ééne Goddelijk Wezen. De Vader heeft de wereld geschapen, de Zoon heeft de wereld geschapen, en de Heilige Geest heeft de wereld geschapen. De Vader onderhoudt ons, de Zoon onderhoudt ons, en de Heilige Geest onderhoudt ons. En zoo ook de Vader verlost ons, de Zoon verlost ons, en de Heilige Geest verlost ons. Iets wat kortelijk alzoo kan worden uitgedrukt:
God de
Vader schiep ons. God de Zone onderhoudt ons, en God de Heilige Geest onderhoudt ons. Maar al mag aan deze eenheid van Goddehjke actie nooit worden te kort gedaan, toch moet daarom wel terdege onderscheiden worden tusschen het eigenaardige wat in dit ééne werk het werk van den Vader, het werk
van den Zoon en het werk van den Heiligen Geest is. Als in een oogenbhk van gevaar voor aanvaring de scheepskapitein, op de brug van zijn mailboot, zijn schip zoo stuurt dat het de aanvaring ontloopt, en behouden zijn reis vervolgen kan, dan deed dit die geheele man. Maar daarom moet ge toch onderscheid maken tusschen de scherpheid van blik waarmee hij
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's