De gemeente gratie - pagina 423
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TWEEDE NATUUR. werk, wat
of ge
schrijven niet een ingewikkelde arbeid. Eerst zwoegt ge er
is
Maar gaandeweg gaat het
onder.
419
En
vlotter en vlugger.
bereikt het hooge standpunt, dat
uw
niet lang meer,
oogen over het blad vliegen
en de gedachten grijpen, zonder meer op de letters te letten, en zoo ook dat ge stelt en schrijft en krabbelt, zonder dat de vraag, hoe ge deze en
hoe ge die letter moet zetten, meer in u opkomt. Het leest
uw hand
en
vanzelf schrijft.
En ook
is
dit is niets
gewennen, van aanwennen, van veel doen, en het eind
uw
uw
of
oog vanzelf
dan de vrucht van is,
dat het als in
natuur wordt opgenomen, zoodat het bijna machinaal in u toegaat. Het
spreekwoord zegt dan ook, dat zoo
Op
die
vestigd.
iets
ons tot een tweede natuur wordt.
„tweede natuur" nu kan niet genoeg de aandacht worden ge-
Het
metterdaad
is
iets
wonderbaars, zoo
als dat
aanwennen, die
gewoonte, die hebbelijkheid, die tweede natuur, of hoe ge het noemen
een macht in u optreedt. Zelfs
wilt, allengs als
werken. Er
zijn
menschen
die
alle
in
uw
slaap kan die kracht
morgens, precies op hetzelfde uur of
wakker worden, en die men nooit heeft te roepen. Wat is dat nu wat hen wekt? Het is niet hun bewust ik. Dat kan wel door den slaap heen op het wakker worden werken, b. v. als iemand 's morgens vroeg op reis moet, en hij neemt zich voor om te vier uur op te staan, dan kan halfuur
de geest van het eigen
werken, dat
hij
ik,
door den slaap heen, zoo krachtig en zoo precies
op den kop af
om
wakker wordt. Niet bij allen vast kunnen. Doch dit heeft met het
vier uur
zoo, maar er zijn er die dit wakker worden op een vast uur, den eenen dag voor en den anderen na, niets te maken. Hij toch die gewoon is, eiken morgen op een vast uur wakker te worden, denkt daarop ten leste gansch niet meer, maar gaat zorgeloos sluimeren. Zijn bewust ik heeft er vaak geen oogenblik aan gedacht. En toch ontwaakt hij precies op den gewonen tijd. Wat maakt hem is
dit
eerste
nu wakker? Niet zijn ik, niet zijn omgeving, niet iets buiten hem, en dus moet het wel zijn natuur zijn. Edoch niet zijn gewone menschelijke natuur in het gemeen. Dan toch moest dit bij alle menschen zoo wezen. Het is alzoo iets speciaals in zijn natuur. Iets dat eerst ook in zijn natuur niet was, maar er als vrucht van gewoonte in bezonken
hem gekomen,
ten slotte
is
is.
Maar hoe ook
in
het toch een wezenlijke macht in zijn natuur
geworden, een macht zoo sterk, dat ze
in staat
is,
den slaperigsten man
op dat bepaalde uur wakker te maken. Soortgelijke voorbeelden nu zouden
we
in het eindelooze kunnen vermenigvuldigen, maar alle breede opsomming kan hier uitblijven, daar de lezer ze uit eigen leven kan aanvullen. Men weet hoe moeilijk het is iemand iets af te leeren. Welnu, is afleeren is niets anders dan die tot macht geworden hebbelijkheid in onze natuur er weer uitkrijgen. En omgekeerd kan men zeggen, dat alle leven, alle op-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's