De gemeente gratie - pagina 250
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
INWERKING VAN DE PARTICULIERE GENADE OP DE GEMEENE GRATIE.
246
en naar gelang de verhouding tusschen deze beide factoren zuiver of onzuiver genomen wordt, trekt dit orthodoxe Christendom recht of scheef.
waarvan
Iets
neigde,
in
om den
in zooverre
en
het algemeen te zeggen valt, dat de orthodoxie er toe
menschelijken factor te zeer in de schaduw te plaatsen, de reactie van het modernisme, waarin de miskende men-
schelijke factor zich eenzijdig
wreken kwam,
Calvinisme heeft zich juist door hieraan strekt,
bezondigd.
niet
om
persoonlijke
van de „gemeene gratie"
belijdenis
zijn
het leerstuk
toch
Juist
op elk punt van den
te voorschijn riep. Alleen het
weg der
historie,
der
„gemeene gratie"
en op elk punt van de
vorming van Gods kinderen, den menschelijken factor
in het
licht te trekken.
De
halve richtingen kunnen hier slechts even worden aangestreept. Ze
van zeer onderscheiden mengsel, en al naar gelang in dat mengsel het ware of het valsche element het overwicht heeft, bestaat er zijn
uiteraard
hoop, dat deze afgedoolden terugkeeren, of zekerheid dat ze ten slotte
geheel moeten afzwerven.
Wat men
„Groningers", oudere ethischen, jongere
moderne orthodoxen, of vermittlungs-theologen noemt, zijn altegader theologische mestiszen, voortgekomen uit de vermenging van twee principieel tegenover elkander staande beschouwingen van het Christendom. Aan de ééne zijde het orthodoxe Christendom met zijn belijdenis der Drieeenheid, van den Christus als Gods eeniggeboren Zoon, van de Verzoening door zijn bloed, van de Heilige Schrift als de openbaring van Gods wil, ethischen,
en van de Sacramenten als Verbondszegelen en daar tegenover het moderne Christendom, dat in dit alles voortbrengselen van kerkelijk vernuft ziet, en daarom die dogmatiek verwerpt, die de Schrift tot een natuurlijk product maakt, en het Christendom als puur menschelijk opvat. ;
Tusschen die beiden
in plaatsten zich
nu de halve richtingen, en dat wel
thans meest in drieërlei verschijning: philosophisch, mystiek, of historisch.
Phüosophisch
zijn
deze halve richtingen begonnen, zich aan Schleier-
macher, en door Schleiermacher aan Schelling of aan theosofen als Von
Baader aansluitend. Zoo Bezigden schier
alle
lieten ze in
naam de dogmata voor wat
een plooi en wending aan, die
deed opgaan. Meer gewoon
feitelijk is
hun
theologie in onklare philosophie
thans de mystieke richting, die afziet van
de mogelijkheid
om
gemoed, zoo
de Godsmannen vanouds als
bij
kingen Gods erkent,
ze waren.
orthodoxe termen en uitdrukkingen. Maar gaven er
het mysterie te verklaren, in de roerselen van het
om
bij
de vromen zekere wer-
ons te zaligen, en langs dien
weg
althans de
zielkundige mysteriën van het Christendom vasthoudt, onderwijl ze
name de is
Heilige
Schrift ontdoet van haar heilig karakter.
daarbij thans een
meer historische
richting
En
met
het laatst
gekomen, die wars van het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's