De gemeente gratie - pagina 574
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN.
570
Christus vernieuwd, geheiligd en herboren, onder Christus
God
voor
De
staat.
grondregel des levens
als"
alzoo voor het
is
het Hoofd,
Lichaam van
Christus en voor het menschelijk geslacht één. Voor beide geldt het: Als lid lijdt, moeten alle mede lijden. En ook tot beide wordt gezegd: Weent met de weenenden, en verblijdt u met de blijden. Twee opmer-
één
we
kingen, waaraan
derde toevoegen, dat
als
met de
dit lijden
lijdenden
zoo weinig tot de leden van het Lichaam van Christus onder het
Verbond beperkt „Als
uitging:
dat reeds in het
blijft,
uw
vijand
hongert, geef
Oude Testament de
hem
medeverlosten beperkt.
De wet
Ge
zult
met de
Nergens wordt dan
te eten".
ook de ordinantie van deernis en ontferming
in
de Heilige Schrift tot de
lijdenden als
des deelens in anderer leed gaat voor
al
Nieuw
ordinantie
mensch mede lijden. is met opzet
wie mensch
tot alle menschelijk lijden uit.
Dat metterdaad anderer i.s,
bij
die
lijden, verdriet
dan ook
blijkt
uit
ordinantie
des medelijdens,
d.
des deelens in
i.
en smart, een natuurwet voor het menschelijk hart
wat we, onder de heerschappij der „gemeene gratie"
de heidenen en de onbekeerden waarnemen. Ongetwijfeld, zoo er geen
„gemeene gratie" werkte, zou de Kaïnsuitroep: „Ben hoeder?"
het „hatelijk heerschen. laat
ik mijns broeders
Er zou niets uitkomen, dan en elkander hatende". Er zou niets dan doodelijke vijandschap
aller onveranderlijke levensleus zijn.
En
God
als
bij
enkele onverlaten
zijn
„gemeene
gratie", zoover
terugtreden, dat er een spotten in plaats van een deernis hebben
met anderer leed is, dan toont God ons in die afschrikwekkende verharding van hart, wat het op aarde bij allen en onder allen zijn zou, indien zijn „gemeene gratie", ons niet reddende ter hulpe kwam. Daarentegen mag, dank zij die „gemeene gratie", getuigd, dat ook onder de ongeloovigen en onbekeerden dat „lijden met de lijdenden" nog telkens op heerlijke, soms ons beschamende wijze uitkomt. De heldendaden der liefde bij schipbreuk, of op het oorlogsveld, in hospitalen en aan het ziekbed,
brand of
bij in
bij
het water vallen, verzoenen ons nog telkens met ons men-
schelijk
geslacht.
sterven
moge
De deelneming
niet altoos
bij
ramp en
ongeval,
bij
ziekte en
bij
even diep gaan, maar eert toch ook zoo ons
menschelijk hart. Het geven van aalmoezen, het ondersteunen van behoeftigen,
het stichten van allerlei inrichtingen
hun bedruktheid uitvloeisel
bij
te staan,
is
van die ééne Goddelijke ordinantie, dat de één die niet
het leed des anderen, wien
nemen. En
om weduwen en weezen
de zorge voor bhnden en idioten, het
als
het lijden
treft,
in
alles lijdt
voor een deel op zich zou
ge opmerkt, hoe in onze eeuw vooral, die deelneming der
liefde zich zelfs tot
gansche klassen der maatschappij uitstrekt, en bedacht
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's