De gemeente gratie - pagina 308
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TWEEËRLEI
304
IK.
Xli.
Tweeërlei
Daarom
zijn
ik.
onder n vele zwakken en kranken, en velen
slapen.
Cok. 11
1
:
30.
Voor wat den onwedergeborene aangaat kwamen we alzoo tot deze 1". dat in hem nog dezelfde krachten werkzaam zijn, die als tot zijn natuur behoorende door God den menscli zijn toebedeeld; 2". dat het slotsom:
bederf van
deze
zijn
natuur
daarin
bestaat
dat
hij,
zondaar,
als
krachten aldoor in de vlak verkeerde richting wil doen werken;
3".
deze dat
dientengevolge de uitwerking dier krachten nooit anders dan een volstrekt
andere macht van ter
slechte zou zijn, zoolang niet een in verkeerde richting, stuitte;
zijde
gradueel zeer uiteenloopende wijze aanbrengt, en dat dank
nog
allerlei
levensuiting uitloopt op
burgerlijke gerechtigheid;
maar
deze afbuiging
dat de gemeene gratie deze stuiting op
4".
5.
zij
deze stuiting
soms zeer teedere en nauwgezette
dat hoeveel voorwerpelijk goeds op die
manier ook nog tot stand kome, het onderwerpelijke ik nooit uitgaan,
vrij
kan
daar het steeds tegen den wil van dat ik geschiedt, zoo de van
hem uitgaande kracht goed uitkomt. Aan dit laatste nu moet nog iets toegevoegd, om verwarring te voorkomen. „Hoe/' zal men zeggen, „zou een onbekeerde, op elk punt, steeds verkeerd willen ? En zou al wat nog van zijn leven nog terecht komt, altoos terecht
komen
tegen zijn wil en bedoelen? Maar, zoo volstrekt kunt en
moogt ge het niet nemen! Of zijn er onder de lieden der wereld niet tal van uitnemende personen, getrouw in pHchtsbetrachting, ijverig in het volvoeren van hun taak, zich met overgegevenheid toewijdende niet aUeen aan wat hun voordeel brengt, maar ook aan wat hun te staan komt op louter verlies van tijd en kracht, en van geld op den koop toe? Moet dit dan alles miskend? En moogt ge dan zonder uzelven te bezondigen dit alles voor uit den booze verklaren, nu wel niet wat het resultaat, maar
—
We gevoelen dan toch wat de bedoeling van het eigen ik betreft?" volkomen de kracht van deze bedenking, en willen ze niet ontloopen. Hetgeen toch omtrent de gemeene gratie verklaard is, voorkomt wel de geringschatting van de velerlei burgerlijke gerechtigheid, maar blijft den eersten aanstoot van alle daad,
die
als zondig afkeuren en verwerpen.
gul
toe,
op het eerste hooren
uit
het onwedergeboren ik opkomt,
En ook
iets,
dit laatste heeft, dit
geven we
dat ons schokt. Het vereischt dus
nadere toelichting. Daarbij nu sta op den voorgrond, dat loslating van het volstrekte stand-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's