De gemeente gratie - pagina 427
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE TWEEDE NATUUR.
van het booze proces
stuiting
in
423
ons menschelijk leven
komen kunnen.
Niet alsof dit de sterkere of zwakkere inwerking uit de demonenwereld onverschillig zou maken. of
we
Maart met
in
atmosfeer zij,
is
Voor een teringzieke
zijn
het lang niet onverschillig,
van onberekenbaren invloed. Maar hoe groot ook
wie den teringzieke verlichting poogt
op die atmosfeer
En
tuberculose.
is
booze vlagen, of in zachte zomerkoelte
in te
te geven,
kan
De
zijn.
die invloed
niet volstaan
met
werken, maar moet ook werken op de inwonende
zoo nu ook
is
het hier. Zal
God door
zijn
gemeenc
gratie
dezen zedelijken teringlijder met gemeene gratie te hulpe komen, dan
is
dampkring verzacht worde doordien God de macht der demonen inbindt, maar ook ten andere, dat God de inwonende zondetuberculose bestrijdt, en belet al te vernielend in ons innerlijk wezen uit te breken. Hier staan we derhalve voor een tweede actie der gemeene gratie, die zich rechtstreeks op ons persoonlijk wezen richt, en die er in bestaan moet, dat God de Heere, in wiens hand tweeërlei noodig. Vooreerst, dat de geestelijke
ook ons innerlijk leven die
zich
als
is,
in ons zielsleven ingrijpt,
en die booze macht,
een tweede natuur in ons genesteld heeft en van daar
uit
ons eeuwig aanzijn bedreigt, aan den band legt en ten deele ontwapent.
De hier bedoelde inwerking der gemeene gratie mag niet verward worden met het beletten van ééne bepaalde zonde, gelijk we van Abimélech lezen, dat de Heere „hem niet toegelaten had" zich aan Sara te bezondigen, of ook gelijk de Heere Petrus tegen Satans zifting bevrijd had, opdat zijn geloof niet zou ophouden. Ook die incidenteele bewaring voor zonde bestaat zeer zeker, zoowel
bij
onwedergeborene personen
wedergeborene personen
gelijk
Abimélech,
als bij
weet er uit eigen levenshet Onze Vader: „Leid ons
gelijk Petrus. Ieder onzer
ervaring van te spreken.
En ook de bede
in
niet in verzoeking", doelt ongetwijfeld op zulk een Goddelijke bewaring, die
deels door Voorzienige leiding, deels door geestelijke sterking, ons bewaart
we
voor zekere bepaalde zonde, waarin
anders zouden vervallen
over die soort bewaring wordt thans niet door ons gehandeld. thans
niet
Maar
spreken
van het incidenteele afhouden van één enkele zonde, maar
handelen over het temperen van de inwonende zonde^ die dorven natuur tot een eigen macht of
zijn.
We
is
in
onze ver-
geworden. Niet dus van het beletten
voorkomen van één bepaalde zonde, maar van het doen dalen van de
zondekoorts in heftigheid. Gelijk
we
de koorts afmeten, naar gelang ze 38,
40 of 42 graden op den thermometer aangeeft, zoo ook kan
men
zeggen,
dat de zonde heftig en minder heftig in ons woelen kan, en heel een schaal van geestelijke temperatuur kan doorloopen. Deze üiwonende zonde
nu draagt in zoover
deels
een generaal en deels een bijzonder karakter. Generaal
ze krachtens onze solidaire schuld uit
Adam
de besmetting of
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's