In Jezus ontslapen - pagina 207
„MET HEM ÉÉNE PLANT ".
191
Al ontkenueii we deswege uu de persoonlijke betrekking uiet want er staat uitdrukkelijk: ^met Jezus z'ijn^\ en ook „dat toch lijdt het wel geen we Hem zien zullen gelijk hij is", twijfel, dat we hier terug hebben te gaan op de organische betrekking tusschen Jezus en die hem toebehooren, op het ingelijfd zijn in zijn mystiek lichaam, op het ééne plant zijn met hem in den wortel des levens. Daarvan is de Schrift metterdaad vol. Hij de Wijnstok en wij de ranken. Hij het Hoofd en wij de leden van zijn lichaam. Hij de goede Herder en wij de schapen zijner weide. Hij de Bruidegom en heel zijn gemeente saam de
—
—
die in hem triomfeerde heel Bruid. De geest der Opstanding het lichaam zijner geloovigen doortrekkende. Hij onze Koning en wij zijn volk. Hij onze Hoogepriester en wij de stammen die naar het heilig Sion optrekken. Hij onze hemelsche Veldheer en wij de krijgsknechten, die onder zijn heilige banier ons verzamelen. Hij de tweede Adam en wij het geslacht van zijn heilige generatie. En om dat alles in zijn diep organische beteekenis te doen uitkomen: Wij allen ééne plant met hem die zich op ,
Pathmos ^den
wortel Davids''^
.
noemde.
Achter en onder onze persoonlijke betrekking tot Jezus, als het middelpunt van ons verlangen en den besten vriend van ons hart, ligt dus de levensband, de organische levenseenheid met den Zoon des menschen. De wijnstok, de plant heeft een wortel, en uit dien wortel schiet de stam en schieten de stengels op, en aan die stengels of takken botten de twijgen uit, en aan die twijgen ziet ge het lover uitkomen, en tusschen dat lover geelt en rijpt de vrucht. Maar al ligt tusschen de opperste twijg en den wortel ook nog zulk een afstand, toch is alle voedende levenssap aan die opperste twijg nooit anders dan uit dien wortel toegekomen. Dood dien wortel, en alle tak en twijg, alle blad en bloem verdort.
Zoo nu hangt ook ons leven aan het leven van Jezus.
De fijnste vezelen van ons aanzijn loopen tot op Jezus door. Van hem ook maar een oogenblik losgedacht, verwelkt al ons leven. Uit hem komt alle leven ons toe, en nooit anders dan in hem kunnen we ons leven behouden. is hier reeds zoo, en gaat natuurlijk in de eeuwigheid veel sterker door. In de eeuwigheid ons zelven ook maar één
Dit
nog
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's