De gemeente gratie - pagina 610
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DER EEUWEN LOOP.
606
Zoo voor de Schepping,
voor de Historie die daarna kv^am, boden
als
alzoo die Besluiten Gods ons het volledig program. Zoo als het in die
Besluiten stond, zóó en niet anders zou het komen. Of juister nog gezegd, gelijk
het in die Besluiten stond, zóó w^as het verleden geweest, zóó
nu het heden, en zóó zou de toekomst
God was
was
niet eerst zonder zijn
en zonder de Historie, en zonder de eindelijke Heerlijkheid,
Schepping,
om
zijn.
eerst daarna, uit dit niet opgewaakt, eerst door de Schepping en door
de Historie, de wereld zijner aanschouwing te erlangen. Neen, van eeuwigheid af zijn de Besluiten, en in die Besluiten bezat
kennis en de aanschouwing van heel
zijn
en van heel de Heerlijkheid die komt.
geen nog in die Besluiten is
is
God van eeuwigheid de
Schepping, van heel de Historie
En
het onderscheid tusschen het-
en tusschen hetgeen reeds uit die Besluiten
voortgekomen, bestaat alleen
in
ditzelfde
onderscheid dat
gij
zelf als
voor oogen ziet tusschen den eikel, waaruit de eikeboom straks opschiet,
en dien eik zelven. De band die de Historie met de Schepping, en de enkele stukken der Historie tot één geheel, en aller eeuwen loop tot één
drama verbindt, is alzoo niet óns overleg, noch zelfs óns bewustzijn, maar eeniglijk het bewustzijn Gods in zijn eeuwig Besluit. En onze kennis van de Historie is niets dan een zwak inzicht in den samenaanbiddelijk
hang, dien
God
voor den loop der Historie verordend heeft.
in zijn Besluit
De Gereformeerde
meer dan eenige andere, op het stuk had daarmede volstrekt niet alleen de uit-
Belijdenis, die
der Besluiten nadruk legde,
verkiezing dergenen die ten leven zouden ingaan op het oog. Ongetwijfeld
beheerschte in Gods Besluit de zaligheid der uitverkorenen
Edoch
niet als einddoel
zelfverheerlijking van
al
het overige.
noch op zichzelve. Einddoel bleef haar steeds de
God
Drieëenig.
En onder
dit
hooge einddoel werd
nu de toebrenging der uitverkorenen alleen daarom onmiddellijk gerangschikt, omdat God zelf den mensch als profeet, priester en koning aan het hoofd zijner gansche Schepping geplaatst had, en overmits voorts die aldus bevoorrechte menschheid alleen in deze uitverkorenen, gedacht als
het Lichaam van Christus, die zelfverheerlijking van
Maar
God Drieëenig
recht-
daarom mocht dan ook het Besluit der uitverkiezing geen oogenblik los gedacht worden van het geheel van Gods Besluiten. De uitverkiezing mocht in die Besluiten de eindspil zijn, waarom het geheel zich bewoog, toch stond ze met geheel den overigen streeks en ten volle dienen kon.
inhoud van die Besluiten
korenen stond
in
juist
organisch verband.
in rechtstreeksch
De
roeping der uitver-
verband met het leven van Christus' kerk.
Het leven van Christus' kerk met het volk van Israël. Het volk van Israël met de existentie en de historie der overige volkeren. Het leven dier
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's