In Jezus ontslapen - pagina 78
XII.
„^e
geeêt beê n:enêcï)cu bic
in
{)em iê".
Want wie van des menschen die in liem is
gene Gods
is,
de menschen weet hetgene dan de geest des mensclien, V Alzoo weet ook niemand hetdan de Geest Gods. is,
Corinthe 2
1
Wie van
:
11.
graf hin.swaarts keerde en achterbleef, poogt te halen. Alleen maar, en hier ligt iets opmerkelijks in, we halen onze dooden voor ons, niet gelijk ze nu zijn, doch zooals ze vóór hun sterven waren. D. w. z. niet als geesten maar in hun zichtbare waarneembare
gedurig
zijn
het
doodeu voor zich
,
,
gestalte.
Vandaar het na het sterven
stellen op de beeltenis onzer dooden. Vlak daar geen behoefte aan. Dan is het gevoelsleven op het hoogst geprikkeld, en werkt de voorstelling zóó helder, dat de herinnering zonder beeld volkomen volstaat. Maar als er weken en maanden over heen zijn gegaan, en velerlei bezigheid ons belet de aandacht gedurig zoo scherp en zoo sterk op die ééne herinnering saam te trekken, dan wordt ons die eens zoo heldere en klare voorstelling bewasemd en is de beeltenis welkom. En aan die beeltenis, en aan die voorstelling van de waarneembare gestalte blijven we dan hechten, ook al geven we er ons ten volle rekenschap van, dat onze dooden zoo niet meer zijn, dat ze het stoiïelijke kleed hebben afgelegd, en nu lichaamloos, en alzoo onwaarneembaar voor het oog, in ééne der vele woningen bij God verkeeren. prijs is
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's