De gemeente gratie - pagina 569
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET VERZEKERINGSWEZEN. Zoo nu heeft op
565 dwaling, alsof het lijden
allerlei wijze die principiëele
der wereld persoonlijk, en niet gemeenschappelijk was, eeuw in
eeuw
uit
de menschen verward, in hun oordeel verstrikt, voor het Kruis van Jezus verstompt, en met eigen zonde doen spelen. zakelijk,
dat
men
Daarom
het zoo hoog nood-
is
van deze gronddwaling voorgoed genezen worde,
elke beschouwing van eigen en anderer
leven,
en
alle blik
wijl
op Golgotha
men in deze dwaling volhardt. Men weet hoe Oude Verbond met deze dwaling getobd hebben. Jjees en herlees Psalm 37 en Psalm 73 maar. Altoos dat stuiten van de ziel op het zien, hoe „de goddeloozen geen banden hebben tot hun dood", en de vrome knecht Gods een „man van smarte" is. Jobs bittere strijd beweegt zich om het zelfde vraagstuk. Maar allengs was er toch klaarder licht opgegaan. Het lijden der vromen begon verstaan te worden. Het mysterie van het Kruis begon zich te ontsluieren. En als eindelijk Jezus vervalscht
blijft,
ook de mannen
zoolang
uit het
en het zoo kras en beslist
zelf verschijnt,
zijn
tijdgenooten afvraagt
dat diegenen op wie de toren van Siloam gevallen
gij,
is,
:
„Meent
meerder zondaars
waren dan de anderen?" is immers het pleit beslecht, en kunnen zijn apostelen moedig de wereld ingaan, om én de solidariteit én de gemeenschap van het lijden te prediken. Voor hen is er geen strijd meer. Zij verstaan en doorzien het mysterie. Het lijden stuit hen niet meer, maar trekt hen aan. Ze hebben het lief om Christus' wille. En toch nooit zoo lief, dat het sentimenteel duiden, of den gezonden trek naar geluk laten
ze
slijten.
Integendeel, de bitterheid van het lijden
diep gevoeld,
blijft
uit-
erkend en wordt
en alles dorst in hen naar „de heerlijkheid en de vrijheid
der kinderen Gods". Zoo werd dan Jezus' woord verstaan, dat noch goed
noch kwaad hier op aarde zich schikt naar iemands persoonlijke zonde of
maar dat God
persoonlijke schuld,
zijn
zon doet opgaan, onverschillig,
over hoozen en goeden, en dat Hij regent over rechtvaardigen en onrecht-
vaardigen. Woorden waarin de duidelijkst denkbare uitspraak toebedeeling van geluk en ongeluk hier op aarde, gelijk d.
i.
men
ligt,
dat de
zegt, pèle-mèle,
door elkaar toegaat, en zich niet regelt naar iemands persoonlijke
schuld of verdienste.
Toch moet lijden,
dat
hierbij
men
niet
steeds onderscheiden worden. Er
is
tweeërlei soort
verwarren moet, en dat we Hefst onderscheiden
oorzakelijk en niet-oorzakelijk lijden.
Wie ruw en
in
slecht leeft, en dien-
tengevolge slap en krank wordt, en vroeg wegsterft, bracht over zichzelven een oorzakelijk lijden. D. w.
worden lag
in
hem
zelf,
in zijn
z.
de oorzaak van
wangedrag. Maar
als
zijn
krank en
ziekelijk
ge in een hotel slaapt
op een bed, waar een vorigen nacht een teringUjder op sHep, en ge ademt zijn
gif in,
dan
ligt er bij
u geen zondige oorzaak, waaruit dit
kwaad der
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's