De gemeente gratie - pagina 521
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
VOORZORGSMAATREGELEN.
man
alleen
niet
van geen hoonen van
loovig voorbij gaan zijn
vroomheid
te
van
zijn
517
God, maar evenmin van onge-
God sprake kunnen
zijn
zijn,
maar ware veeleer
roemen.
Intusschen, welke ook die gemoedsstemming
zij,
werken de
in elk geval
maatregelen van quarantaine en afsluiting geheel afgescheiden van wat de
man, die zulke maatregelen verordent, er
bij
denkt of
bij
gevoelt. Als drie
verschillende staatslieden in drie verschillende landen geheel gelijke maat-
nemen ter voorkoming van het indringen van de pest in Europa, maar de één doet het in arren moede tegen God in, de tweede geheel buiten God om, en de derde na steun in het gebed te hebben gezocht, regelen
dan
zijn
en blijven toch die maatregelen zelve van deze drieërlei uiteen-
loopende stemming des gemoeds geheel onafhankelijk. zoo
zijn,
juist
omdat het
niet de
mensch
die
is,
En
dit
moet wel
aan zulke maatregelen
hun uitwerking toebrengt, maar alleen God. Als God den aard van de met den wind van land naar land overwoei, zou elke quarantaine maatregel volstrekt doelloos worden. Over alle afsluiting heen zou het gif toch doorbreken. Het slagen van zulk een afsluitingsmaatregel is alzoo uitsluitend daaraan pest alzoo verordend had, dat haar gif in de lucht indrong, en
danken, dat de gifstof der pestilentie alleen door aanraking van voor-
te
werp op voorwerp overgaat. Hierdoor, en hierdoor alleen, heeft niet de mensch, maar God zelf het mogehjk gemaakt, om het voortdringen van de pest te voorkomen. Dat we tegenover de influenza, die haar slachtoffers evenzeer
bij
daaruit te
duizenden
telt,
verklaren, dat
nog zoo veelszins machteloos staan,
is
alleen
deze ziekte de aard van het gif een ander
bij
karakter draagt. Maar waar het gif van voorwerp op voorwerp door aanraking, door contact overgaat, te
letten,
en hiervan
partij
is
te
het
God
zelf,
die ons oproept
om
hierop
trekken, ten einde door mijding van aan-
De ordinantiën door God aan Israël ter bestrijding en voorkoming van de melaatschheid opge-
raking het gevaar van besmetting te bezweren. zelf
legd, stellen dit buiten twijfel.
een
draagt in veel opzichten
karakter als de pest, en behoort met haar tot die ontzettende
gelijk
plagen,
De melaatschheid
die
onder
allerlei
namen,
tot
zelfs
van „de zwarte dood", soms
dorpen en steden hebben uitgemoord, en als een schrikkelijke verwoesting over geheele landen zijn gevallen. Wie bracht nu, ook binnen Israëls grenzen, de melaatschheid? En het antwoord moet wel zijn: God.
geheele
Hij
is
het die doodt en levend maakt. Hij alleen.
En ook kan
niet ontkend,
dat de melaatschheid een lijden en straf van oordeel was. Uitdrukkelijk toch
was
Israël aangezegd, dat,
bij
verlating van
Gods verbond, ook
Israël
bezocht zou worden door de pestilentiën van andere volken. Maar vraagt
ge nu, wie het van den anderen kant
is,
die de melaatschheid in Israël
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's