Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De gemeente gratie - pagina 82

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De gemeente gratie - pagina 82

Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.

3 minuten leestijd

ONGETEMPERDE WERKING VAN DEN VLOEK.

78

Doopsgezinden ten onzent, die nog altoos niet van kerk, maar van de „Doopsgezinde sociëteit" spreken, verstaan natuurlijk niets meer van de oorspronkelijke tegenstelling waaronder ze toont,

opkwamen, maar hun

om

hoe ze er zich uitnemend op hebben verstaan,

historie

zich in handel

en bedrijf toch weer thuis te gaan gevoelen, en zich alzoo een tamelijk

machtigen financieelen invloed hebben verworven, ondermjl hun confesstandpunt allengs geheel teloor

sioneel

zoodanig

mag gezegd worden

Zelfs is het allengs zoo ver

meer konden

Nog op een

is

gegaan, en hun sociëteit als

geheel verloopen te

zijn in

het Modernisme.

gekomen, dat de vromere elementen er zich niet

gemeenschap hebben opgezocht.

thuis gevoelen, en andere

bijkomstig punt dient hier de aandacht te

worden gevestigd.

In het dusgenaamde wijden van ongewijden grond, van een gebouw, van water, van zalfolie, van kleederen,

enz.,

spreekt zich de overtuiging

uit,

dat er ook aan het stoffelijke iets onheiligs kleeft, en dat het woord van

den

priester,

een blazen met de hppen, een besprongen met wijwater en

meer de macht kan oefenen, om de werking van dit onheilige te bezweren. Reeds ons vorig opstel herinnerde er aan, hoe deze soort wijdingen een nabootsing zijn van wat in Israël ter handhaving van de zooveel

Levietische reinheid verordend was, en reeds in de dagen van den Zond-

vloed

bij

de onderscheiding tusschen reine en onreine dieren uitkomt.

Tegelijkertijd

is

toen reden gegeven,

waarom

cht in Israël

zoo

zijn

moest,

maar ten onrechte op onze toestanden wordt overgebracht. Declaratoire symbolen, zoo ze niet tot superstitie leiden, waarom niet? Maar geen symbool met magische kracht. Thans echter dient dit punt meer principieel te worden toegelicht. Allerwegen spreekt de Heilige Schrift van een zegen en van een vloek,

twee mystieke begrippen,

die zich nooit

volkomen voor ons denkend

ver-

stand verklaren laten, en waarvan toch het vrome hart de realiteit met

gewisse zekerheid leven, de vloek

is

tot

is er, om het nu kort te zeggen, zoo we we onzen God tegen hebben. De zegen is ten

„Zegen"

voelt.

onzen God mee, „vloek" zoo

den dood. Deze onderscheiding gaat alzoo

de overtuiging, dat God

alle

uit

van

dingen draagt en werkt, dat wij op onze

beurt en op onze manier werken in dit werk Gods, en dat er nu tw^ee gevallen denkbaar zijn: óf dat wij

met ons werk

iets

zoeken en bedoelen

waarin het werk Gods meewerkt, en dat er deswege dan ook komt, dat slaagt, strijdt

en tot het 'einddoel tegen hetgeen

leidt;

God werkende

óf

wel dat ons werk

is,

zoodat

we

in

ons bedoelen

teruggestooten worden,

ons de handen bezeeren, en als afloop niet het leven der heerlijkheid, maar

dood en jammer en ondergang bejagen. Ge zult gij

die

neemt

bidt ge er

Gods zegen op

af,

spijze nemen, maar eer daarmede bedoelende, dat die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's

De gemeente gratie - pagina 82

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's