In Jezus ontslapen - pagina 256
-DAT IK 3IIJNEN DOODE BEGRAVe'
240
Die begrafenis past op de natuur, en de natuur past op liet begraven, want de bodemkunde leert, dat niets zoo geschikt is om wat uit liet lijk zich ontbindt, in zich op te nemen en te reinigen, als juist de aarde, die onze voet drukt. Het is of God dien wonderen grond onder ons op het ontvangen van ons lijk heeft aangelegd. Stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeeren is het oordeel dat over ons ging, en aan de aarde is de taak opgedragen, en ze is er zoo alleszins voor berekend om die ontbinding van ons lijk tot stof te voleinden. ,
,
,
Het volk
waaronder de eere der begrafenis het rijkst te ontwikkeld was, woonde in Egypte. Naast de steden der levenden bouwden ze gansche Necropolen dat zijn steden voor de doodeii. En ook in die doodensteden waren straten, en langs die straten had elk geslacht voor zijn dooden een eigen huis, eu in dat huis werden de dooden bijgezet, gebalsemd, in omhuld met gesneden houtwerk en wegweefsel gevlochten gezet in marmeren of arduinen sarcophagen. Nu nog kan men zulke mummiƫn in onze musea vinden niet zelden na meer dan drie duizend jaren nog zoo gaaf eu heel,
rijk
,
,
zelfs
,
,
,
,
,
is of ze gisteren pas waren bijgezet. Hierin sprak geloof aan de wederopstanding der dooden maar zonder besef van zonde. Het was een dwaze poging om zich aan het ontzettend oordeel der ontbinding te onttrekken, en ontstentenis van geloof in die almacht Gods, die wat verging weer herstellen kan, en de dooden levend maakt, en de dingen die niet meer zijn, roept alsof ze nog waren. Maar toch had die teedere zij het ook overtlreven zorge voor het lijk zijn goede zijde. Er sprak een eereii van het menschelijke in, een zich verzoenen met den ernst van den dood. Nu heeft God het zoo beschikt dat Abraham de geestelijke vader van ons allen, die gelooven mogen, onder dat volk van Egypte verkeerd heeft, dat het oude volk van God eeuwenlang in Egypteland vertoefde, en met zooveel meer is het zeker aan deze van God gewilde omstandigheid te danken, dat het begraven van onze dooden onder de Christenen steeds in eere bleef. De eerste maal dat de Heilige Schrift van de zorge voor onze dooden gewaagt hooreu we dan ook hoe de oude patriarch om een graf voor zijn doode pleit. God had Abraham zoo rijk gezegend. Hij bezat de vrouw van
dat het
||
,
,
,
,
,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's