De gemeente gratie - pagina 193
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
189
DE GEMEENE GRATIE IN HET GENADELEVEN.
Gods," als in Christus „geschapen" te spreken, daarbij uitgaande van de door Christus zelven aangegeven gedachte, dat
we
nieuwe
feitehjk bij dit
leven te doen hebben met een tweede geboorte. Zoo opgevat, schijnt het
dus alsof
gemeenschap met wat voorafging, ware af te snijden, en ook alle gemeenschap met het nog nawerkend natuurlijk
alle
alsof dientengevolge
leven voor dit nieuwe leven, ware te ontkennen.
Hiertegenover echter staat een geheel andere beschouwing, met gelijke
Want wel
rechten.
is
het zoo, dat Jezus dit nieuwe leven uit een tweede
geboorte doet opkomen;
maar zonder de opmerking van Nicodemus
te ont-
kennen, dat de eigen mensch van de eerste „geboorte" als ware het weer in
moeders
zijn
ingaat,
lijf
en nu
zelf ten
tweeden male geboren wordt.
Iets wat geestelijk genomen beduidt, dat het één zelfde leven
maar een leven dat
zijn
om
en
blijft,
geboorte overdoet. In de breede openbaring over
de opstanding komt dezelfde gedachte niet
is
uit.
Wat
er is sterft,
maar sterft, maar om,
vernietigd en door iets nieuws vervangen te worden,
door den dood henen, tot een mensch van hooger leven te ontwaken,
Alzoo wordt de eenheid tusschen de natuurlijke en de geestelijke geboorte toch weer streng vastgehouden. Er gaat niet eenerzijds een oude mensch
om
weg, het
een anderen nieuwen mensch
en
is
alzoo in
blijft
zijn
nieuw leven het product
schepping, die gelijk aan de eerste zou blijft
en het
Ook
is,
doen treden, maar
daarna nieuw wordt, en
blijkt te zijn, niet
van een tweede
maar van herschepping.
zijn,
Zelfs
na die herschepping de oude mensch nog voortbestaan en nawerken, is juist uit
dat zoo
gestalte,
kind,
in zijn plaats te
dezelfde mensch, die eerst oud
dat voortbestaan en nawerken van het ik in tal
van
pijnlijke
zijn eerste
vraagstukken voor het leven van Gods
van de kerk en van de ChristeUjke maatschappij geboren worden. in
het stuk van het genadeverbond komt deze zelfde waarheid tot
uitdrukking.
Immers het genadeverbond bindt
juist het
nieuwe leven aan
het genealogisch verloop van het natuurlijk leven, wel niet in volstrekten
maar zóó toch, dat het geestelijk verband tusschen Gods heiligen saamloopt met het geslachtsverband in het natuurlijke, naar de formule: „U en uwen zade " of: „u en uwen kinderen."
zin,
Hieruit
is
het duidelijk, dat de ééne zaak van het nieuwe leven, of van
het leven der genade, van twee zeer verschillende zijden kan bezien worden.
Men kan dit
leven,
óf
om den nadruk te leggen op het nieuwe in nieuwe zoo sterk mogelijk doen uitkomen. Of wel,
drang gevoelen
en dan
dit
kan oorzaak zijn, om de aandacht saam te trekken op het feit, dat dit nieuwe leven hetzelfde is als het oude leven, edoch tot in den wortel vernieuwd. Wie het eerste beoogt, zal zoo ver mogelijk den samenhang met het oude ik op den achtergrond dringen en wie omgekeerd het tweede er
;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's