De gemeente gratie - pagina 355
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
HET GEWONE EN BUITENGEWONE.
Doch
eenmaal wel verstaan, dan moet even helder worden ingezien,
is dit.
dat de pijlen er niet
op de pees gelegd
om
zijn,
den
strijd
zijn.
En wie
haar sterkte toonen. Oefening
maar om straks
te rusten,
is
alle geestelijke
die kracht
altoos middel,
moet straks in kan nooit doel
zich geestelijk oefent, zalft en verrijkt, en voorts zich opsluit,
gewapend en wel geoefend
herinnert aan het keurig sloot
den pijlkoker
in
worden. Alle geestelijke oefening,
te
moet uw kracht sterken, maar ook
verrijking
351
achter onneembare
leger, dat zich op-
en inmiddels het vaderland aan den
wallen,
vijand overliet. Zoo vast als dus de eisch staat, dat ge, eer ge de wereld ingaat, en
om
Christelijk
karakter steeds dieper in
in die
wereld doeltreffend
het Christen-zijn u geen gemaaktheid meer
en zoo dus steeds de eisch zult,
niet
laten,
te
in
buitengewone weer telkens geestelijke
uw
roeping,
voor den
strijd
in
uw
het
uw
dit
bij
te
buitengewone
Christen-zijn te laten
om uit dalen, om in
taak te zoeken, maar
het gewone leven af te
meerderheid
ten tweede
verheerlijken,
om
openbaren,
en
dit
dit
te doen om om uw God te ten derde om zelf dit
mits altoos in deze volgorde, vooreerst
motief,
drieërlei
maar een vanzelfheid werd, wapenen en
dat extra-ordinaire niet heel
opgaan, in dat buitengewone niet al
gewone uw
is,
specifiek
hebt in te snijden, zoodat
gelden, dat ge u geestelijk
blijft
even vast staat
oefenen
uw
kunnen optreden,
te
uw wezen
u
om
te stalen
de wereld te zegenen, en
en te harden tegen Satan, En deze plicht moet
door u volbracht niet als hadt ge op een u vreemd erf en in een u vreemd land
bij
kaJklicht beelden van een hoogere wereld te vertoonen,
maar
zoo,
dat ge optreedt als in die wereld Gods wereld herkennende, ander men-
schen in wie
uw
natuur
leeft, in
een omgeving die wel krank
is
en bloedt
aan haar wonden, maar die niettemin bij ii hoort, en waarvan gij u niet zonder de zonde van geestelijken hoogmoed kunt of moogt afscheiden. Leg op dit laatste vollen nadruk. Geestelijke hoogmoed is de zonde die bij elk kind van God voor de deur van zijn hart ligt. Ik, Gods kind, begenadigd en geheiligd, en die onbekeerde wereld verre beneden mij staande. Daarom komt gij als de rijke tot die arme wereld, en werpt haar uw geestelijke aalmoes toe. En juist dit sluit het hart der wereld voor u toe. die wereld voor u af. Dan zijt ge haar Dan gunt men u het vertrouwen niet. En dan kunt ge haar niet zegenen. De Christus deed anders. Hij kwam tot die wereld, ging in de wereld in, en werd ons in alles gelijk, alleen uitgenomen de zonde. En zoo moet ook uw optreden zijn. Ge moet niet tot die wereld komen als
Dat breekt de gemeenschap met een vreemde.
een meester tot schoolkinderen, ziekenzaal,
maar
als
tot
als
en bloed, van één geslacht met u eigen werk, als
tot
zij
een arts tot de patiënten van een
een wereld die van is,
als tot
uw
famihe, van
uw
vleesch
een wereld waarin ge Gods
het ook beschadigd, nochtans herkent en terugvindt, en
een wereld waarvan ge weet, dat
God haar
zoo
lief
heeft gehad,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's