In Jezus ontslapen - pagina 272
„OPDAT MEN HET IN UWE HAND GEVE ".
256
De onbedachtzame reiziger die ziju geldtascli op weg verloor, en teruggaande er een onnoozel kind mee aan ziet komen, zou u van achteren niet weten te zeggen, hoe dat kind er uit zag en gekleed was. De verloren geldtascli boeide hem één en al. Daarnaar zag hij daarop staarde hij tot ze weer veilig in zijn hand was. En zoo is, onder allerlei omstandigheden, bij alle levend wezen dat spannend staren op wat een ander draagt of in zijn hand houdt de natuurlijke uitdrukking voor het sterke begeeren om ,
,
,
,
het in eigen hand te zien overgaan. En dat stoute beeld brengt nu de psalmist in Psalm 10 op onzen Vader in de hemelen over. Is er een zijner knechten op aarde, die onder moeite en verdriet gebogen gaat, dan, zoo zegt de zanger, richt God zijn oog op die moeite en dat verdriet zoo sterk, tot ten slotte wie het droeg, het loslate en het in Gods hand overga. „Gij aanschouiüt de moeite en het verdriet," is in onze overzetting, dan ook veel te zwak uitgedrukt. Het moet zijn: Gij hebt geen oog van onze moeite en van ons verdriet af'. Gij staart er rusteloos op, om daardoor uit te drukken dat wij het in uwe hand zullen overgeven. Yaderoog trekt het als een magneet uit onze hand weg, opdat het in uw Vaderhand overga. Eerst zoo komt dat heerlijk slot: „opdat men het in uw hand overgeve," tot zijn recht.
Uw
Moeite en verdriet zijn niet hetzelfde. Ze zien wel op dezelfde zielsbenauwing, maar drukken die van twee verschillende
kanten uit. „Moeite" dat ons
is
het actieve, „verdriet" het paMieve in het lijden
treft.
Wij drukken dit meest zoo uit, dat er een deel des lijdensis, waarmee we ivorstelen ; dat is het actieve, zoo ge wilt de moeite. Maar er is ook een ander deel des lijdens waaronder onze ziel ,
zich
gansch
lijdelijk
neerbuigt: dat
is
het passieve; hier uitge-
drukt door het verdriet. Zwaar aangrijpend leed heeft twee uiteinden, het ééne van waar het uit Gods ondoorgrondelijk bestel uitgaat en het andere het punt, waar het in ons menschelijk hart indringt. Het is een donkere stroom dien we over ons voelen stroomen als van God uitgaande, en van dien kant doen we niets tegen, zijn we volkomen lijdelijk en ondergaan het. ,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's