Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

In Jezus ontslapen - pagina 85

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

In Jezus ontslapen - pagina 85

2 minuten leestijd

toom houdt, en ze dwingt tot dienst. Wordt aan dien baud, waarmee de ziel alle werkingen in liet lichaam gebonden houdt, ook maar even ernstig getrokken of getornd, dan zijn we krank. En treedt ten slotte de dood in, zoodat de ziel dien baud geheel loslaat dan volgt er reeds zeer spoedig ontbinding en werkingen, die dusver door de d. w. z. dat die krachten ziel aan den band werden gehouden, nu worden losgelaten, en dat ze, op die wijze vrij geworden, nu zich opmaken, om het eens zoo schoone lichaam in zijn kleinste bestan ddeelen te ontbinden. Dat lichaam was uit stof opgebouwd, en het keert nu door die ontbinding tot stof weder. Dat er ook een ordenend iets in die stof was, waardoor die millioenen stofdeeltjes (cellen of ook deelen van cellen noemt men ze thans) bij dier opbouw aan het lichaam juist die wonderschoone gestalte gaven en die organen in ons voltooiden en die evenredigheden van onze beide oogen, ooreu enz. tot stand brachten, is zeker waar. Zelfs bij de nietigste plant erkent men thans almeer zulk een ordenend beginsel, zulk een regelende kracht. Maar dat voor ditmaal terzijde latende, is het dan toch volkomen duidelijk, dat bij ons leven die velerlei stofdeeltjes en werkingen in ons lichaam gebonden waren, en dat ze na ons sterven ontbonden worden, en wel zóó dat heel het zichtbare, dat aan ons was, tot ontbinding overgaat. Die uu dat lichaam gebonden hield was de ziel; die het loslaat is de ziel bij het scheiden; en alzoo is de ontbinding die op den dood volgt het rechtstreeksch gevolg van de scheiding die tusschen ziel en lichaam intreedt. ,

,

,

,

,

Toch is het niet in dien zin, dat de apostel spreekt van ontbonden te willen worden. De ontbinding, die na den dood in het lijk intreedt, is iets weerzinwekkeuds iets dat ons stuit en afstoot. En daarentegen het ontbonden (oorde^i waarvan de apostel hier gewaagt, is iets begeerlijks. Daarom nog niet begeerd door een ieder. Veeleer schrikken verreweg de meesten nog voor het enkele denkbeeld van alzoo ontbonden te worden, terug. Zelfs op verre na niet alle geloovigen begeeren alzoo ontbonden te worden. Maar er zijn er dan toch, voor wie de gedachte aan deze ontbinding een begeerlijke zaak is geworden. En de apostel ging, toen hij aan de kerk van Philippi schreef hierin allen voor. ,

,

,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's

In Jezus ontslapen - pagina 85

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Abraham Kuyper Collection | 292 Pagina's