De gemeente gratie - pagina 220
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
DE GEMEENE GRATIE IN ONZE HERKOMST.
216
Maar
doch
die onverlaat;
absoluut
lijdelijk
even volslagen dood geweest. Beiden
zijn
zijn
vs^eg
even
Maar de één stond
in het leven gezet.
van dat nieuwe leven bewust werd, minder
zich
hij
alleen
God
door
alleen
ver afgedoold op den
maar
minder ver afweek, een korteren
hieruit, dat w^ie
op het oogenblik dat doen,
nooit daaruit verklaard, dat dit
opgroeiend kind niet geheel denzelfden stap had te doen dan
terug heeft. Beiden
zijn
mag en kan
juist dit groote verschil
Christelijk
weg van
zonde, dan de ander.
En
dit
vrucht van de gemeene gratie die
nu was
niet
God aan hem
gewrocht had.
Deze gemeene gratie nu kan ons toekomen eerst na onze geboorte, reeds in onze geboorte, of zelfs reeds van ver achter onze geboorte juist
op
dit laatste geval
komt het
;
en
hier aan, overmits de geslachtssamen-
hang eerst door deze, reeds vóór de geboorte werkende, gemeene gratie voor het Genadeverbond beteekenis erlangt. Als een mensch ter wereld geboren
is,
wezen van
hem
valt in zijn
God
onderscheiden tusschen datgene wat
te
ontving, en tusschen datgene
wat
hij als lid
hij als
van ons
menschelijk geslacht voor en door dat geslacht zich zag toekomen. Dit
onderscheid spreekt duidelijk denis: ten eerste dat ons
de twee stukken der Gereformeerde
in
ik,
Belij-
onze persoon, niet van onze ouders op ons
maar rechtstreeks Gods schepping is, én ten andere dat onze Gods hand voortgekomen persoonlijkheid krachtens den saamhang met ons geslacht, erfschuld beliep en met erfzonde bevlekt werd. Deze beide leerstukken staan onder ons vast. Het eerste is de belijdenis overgeërfd,
aldus
rein
uit
van het Creatianisme tegenover het Traducianisme dat de Lutherschen voorstaan. Het tweede is het leerstuk van onzen saamhang met ons Verbondshoofd Adam. En
het nu, dat de belijdenis van het Creatianisme,
al is
meest voorgesteld als een inscheppen van een
ziel in
den reeds gereeden
„vleeschklomp", voor de formuleering der termen, ook op grond der Heilige wijziging behoeft,
Schrift,
de zaak die er
mee beleden werd,
Gereformeerde kerken toch steeds vasthouden: Ons heid
is
ik,
zullen de
onze persoonlijk-
geen vrucht van generatie, maar gave Gods.
Hiervan nu uitgaande moet diezelfde onderscheiding ook toegepast op hetgeen de gemeene gratie in het Genadeverbond werkt. Die werking kan namelijk niet daarin worden gezocht, dat de ééne mensch anders dan de
andere mensch
kennen we
uit
niet,
de hand van
dat dit zoo
is.
zijn
Schepper
Zeer
stellig
is
voortgekomen. Wel ont-
gehjken niet
alle
menschen,
krachtens hun persoon en aanleg, op elkander, maar verschillen ze veeleer in alles.
Een
fabriek levert
producten naar vast model
eenvormige
niet.
Zijns is
bij
af;
honderden en
God
nooit.
bij
duizenden geheel gelijke
Het werk onzes Gods kent het
een „veelvuldige wijsheid," en dies een „veel-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's