De gemeente gratie - pagina 379
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
TRANSCENDENTIE EN IMMANENTIE.
de Vleesch wording van het
Woord
voleind
schelijke natuur onder ons verschenen
sprak en verkeerde. Het
is
We
God
fout, zoo
men
gebrekkelijke,
als
zelf in
onze men-
en als mensch met ons menschen
is,
dan ook een
van den Schriftinhoud eenvoudig
toen
is,
375
dit belangrijk deel
Oud-Testamentische
voorstelling, maar zijn volk verkeerd met hooge werkelijkheid te doen. AIzoo heeft en verkeert Hij nog met de zijnen, en de waarlijk opvoedende kracht der Openbaring gaat alleen dan op uw ziel uit, indien ge alzoo het gebod en het vermaan opvat, in dien zin de bedreiging van straf en de voorspie-
voorstelling opzijzet.
hebben hier
geling van loon ernstig verstaat,
met God met
alleen
niet
en er u
in
uw
gedragingen door laat
bewerken en door laat beheerschen. Breng dit nu op het stuk der Voorzienigheid over, en ge zult verstaan, wat we in den aanvang van dit artikel zeiden, dat voor ons menschelijk besef de voorstelling van een alles vooruitziend Verzorger en alles ver-
zorgend Helper, zoo
hand
doen kan is
rijk
aan vertroosting
van een God, „die
zijn
als
alles ten
is.
De wetenschap
onzen beste keeren
dat
zal,
we
in
de
en die zulks
een almachtig God, en doen wil als een getrouw Vader,"
de rust voor ons hart en de bron van onze levenskracht. Niet alsof
we
daarom den raad Gods opzij wilden zetten, of zijn Besluit onvast zouden maken, maar overmits voor ons besef ons leven niet uit die Besluiten geleefd wordt. Zeker, we weten vastelijk dat in die Besluiten, en in die Besluiten alleen, de grondslag ligt, waarop heel onze existentie rust, en gelooven van harte, dat eens blijken zal, hoe heel ons leven niets geweest is, dan de uitvoering van het program, dat voor ons persoonlijk leven in die Besluiten van alle eeuwigheid af was vastgesteld. Alleen maar daaruit werkt ge niet, daaruit moogt ge niet willen werken, en daaruit kunt ge niet werken, om de alles afdoende reden, dat ge dit program van uw leven niet kent. Het is bij God. Het staat in zijn Boek. Maar in dat Boek zijns Raads kunt gij niet lezen. Als dus weer een nieuwe morgen v^dllen
voor u aanbreekt, denkt ge niet: „Aldus staat in het Besluit, dat ik dezen
dag
zal
doorbrengen, en zoo zal ik dan ook handelen," maar, niets van dat
Besluit afwetende, begint ge
u
te
van
doen
staat,
allerlei
Wie
uit
uw
u
in te
denken, na te gaan, wat
plicht voor oogen te stellen, en onder de
inmenging
invloeden en omstandigheden, dienovereenkomstig te handelen.
het Besluit wilde handelen, zou
bij
de pakken blijven neerzitten
bouwen naar een verzegeld bestek? Ons werleven van eiken morgen en eiken avond, en van eiken middag die
en niets doen; of wie kelijk
met uw taak
daar tusschen Besluit,
maar
ligt,
als
zal
doorleven
opkomende
we dus uit
niet
als
ons toevloeiende uit het
de roerselen van ons hart,
uit
den drang
der omstandigheden, en uit de tot ons komende roepstem. Van achteren
beUjden steld
we dan
was, maar
wel,
dat het alles alzoo in Gods
God werkte
Raad vaststond en
be-
het in ons niet regelrecht, niet rechtstreeks
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's