De gemeente gratie - pagina 154
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
JEZUS' TOENEMING.
150
dat ook wat het menschelijk leven uit de gemeene gratie betreft, zoo hoog
stond en zoo
rijk
was, als destijds Israël, geschiedde niet
naar het wijs bestel des Heeren, opdat aldus juist die
ontwikkeling zou erlangen, die voor
zijn
geval,
bij
maar
menschelijk bewustzijn
Messias-ambt noodig was.
zijn
En zoo werd dan ook de vrucht der gemeene vorm en in die mate toegebracht, als naar Gods
gratie Jezus juist in dien bestel eisch
was voor
zijn
Goddelijke zending.
XX. Jezus' levensomf^eving.
Aanmerkt de niet,
leliën des velds,
hoe
en spinnen niet; en ik zeg
zijne heerlijkheid niet is
n,
zij
wassen;
gratie
danken we ook
arbeiden
bekleed geweest, gelijk een van deze.
Matth.
Aan de gemeene
zij
dat ook Salomo in al
alle schoon, alle
6
:
286, 29.
goed dat nog
overbleef in het rijk der natuur. De wet der zonde bedreigde ons, wat de natuur aangaat, met den vloek, dat we in stee van het Paradijs een aarde zouden bewonen, die slechts doornen en distelen voortbracht. Maar hierin juist is ja
nu de gemeene
gratie, dat deze vloek gestuit
is,
en dat er
doornen en distelen opschoten, en ook op elk ander terrein verniehng natuur doordrong, maar dal toch dit vernielend element niet de
in de
overhand behield, en ons een aardrijk verbleef dat overvloedige, rijk gestofbij zijn optreden in het
feerde natuurweelde aanbiedt. Jezus vond dan ook
toen nog niet verwilderde Palestina, een Oostersch-rijke, een Levantinisch-
schoone natuur, wier taal sloot
zich voor
die
soms overgeestelijke
hij
opving en aan
hem omringende natuur niet vroomheid openbaart, om zich
en blind voor het natuurschoon te
zijn, is in
ontdekken. Meer buitenshuis dan
te
en dat
hij
m
af.
Van den
geestelijk op te sluiten
huis treffen
we den
Heiland aan,
zich voor het natuurschoon ontsloot, bewijst u elke
van het Evangelie. Immers het
is
aan het natuurleven dat
hij
en telkens weer komt op sprekende wijze
uit,
dat Jezus in wat
hij
over
wat anderen hem met eigen oogen waarnam.
maar dat hij het alles zelf ligt meer dan oppervlakkig
Hierin nu
hij
zijn gelijkenissen ontleent,
de dingen van het natuurlijke leven zegt, niet afgaat op aanzeiden,
trek, dien
Jezus niet het minste spoor
beeldspraak, aan het natuurleven dat
zijn
jongeren vertolkte. Hij
de dalen van Palestina niet doorwandeld heeft met afgeleid oog,
maar met een oog dat bladzijde
zijn
schijnt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's