De gemeente gratie - pagina 40
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
WAAROM DEZE OPLOSSING ONBEVREDIGEND?
36
Naar de voorstelling dezer school moet de toestand
in onze menschelijke
maatschappij dus ongeveer op deze wijze worden opgevat, dat de menschheid in haar geheel in deze die
bij
haar
leeftijd
past,
eeuw dien maar dat
trap van ontwikkeling bereikt heeft, er ook in het thans levend geslacht
onderscheiden moet worden tusschen de middenmassa, deze
verschillende trappen,
die, zij
het dan met
onze eeuw passende hoogte bereikt heeft,
bij
en tusschen die lager ontwikkelden, die achterlijk
zijn,
nog
te veel
het dier in zich hebben, en deswege een harden strijd zullen hebben,
de menschheid
te
bij
houden
zijn,
en het
denkers, die de roeping heeft
dan de orthodoxen beschouwing
is
om
die der hoogst ontwikkelden, die
uit,
deze kleine groep van wijsgeeren en
de menschheid verder te leiden.
of de fijnen blijven?
eigenlijk
Wel, voor hen
gansch geen plaats.
Zij
is in
wat dan wel
En waar
deze wereld-
staan buiten de wet.
de eigenlijke misdadigers, want willens en wetens houden duisternis ten onder. Iets
om
haar loop. Boven de middenklasse daaren-
in
tegen steekt een andere kleine groep
hun eeuw vooruit
van
zij
Zij zijn
het licht in
niet geldt voor de misleide
massa
onder hen, doch zeer zeker voor haar leidslieden, die het zeer wel beter weten, maar uit priesterheerschzucht oneerlijk handelen, en met opzet de
menigte die hen volgt op het dwaalspoor houden.
En
vraagt ge nu ten slotte, wat van deze geheele wereldbeschouwing
het diepste uitgangspunt
is,
dan kan het antwoord niet anders luiden,
dan het Pantheïsme. Dit Pantheïsme toch
maar
die zich evenals de
leert
een God die
zelf niet is
mensch ontwikkelt. Een God
die
Hij zijn zal,
die
eerst van zichzelf niet af weet; die eerst van lieverlede tot een half-
bewust leven opwaakt, en die naar gelang de wereld en in die wereld de menschheid vooruitkomt, allengs zichzelven meer bewust wordt. Zoolang de mensch nog in de dierenwereld sliep, sliep ook God. Eerst sinds de
mensch opwaakte, waakte ook God op. Naar gelang de mensch helderder werd, werd ook God voor zichzelf helderder. God heeft geen besef van zichzelven buiten den mensch, maar alleen in den mensch. Vanin zijn besef
zelf is
gewone
God dus
veel
meer
de hooger ontwikkelde genieën, dan in de
in
En als er nu of dan een bijzonder diepwat meer begrijpt dan de meesten zijner tijdgenooten, dan is dat de mensch in wien God zeer bijzonder aanwezig is, bijzonder uitkomt, en op bijzondere wijze zichzelven bewust wordt. Het is dit Pantheïsme^ waaruit feitelijk het Darwinisme geboren is, en waaruit evenzoo de geheele theorie van de ontwikkeling van minder tot meer haar oorsprong nam. Zoo hangt alles saam. Het is ééne gedachte, die hemel en aarde, en op de aarde heel het leven beheerscht. Van lager naar hooger lager staande menschen.
zinnig wijsgeer opstaat, die heel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's