De gemeente gratie - pagina 504
Tweede deel. Het leerstellige gedeelte.
500
ONTSPORING.
komen
ontferming was, het oordeel wel ten slotte
maar van „den Heere
zich,
laat,
Men
den hemel."
uit
maar
niet als uit
heeft dit wel van den
Middelaar en den Vader willen verstaan, en ongetwijfeld straalt ook in die tegensteUing gelijke tweeheid door maar dit verklaart Gen. 19 24 ;
:
Er is hier toch sprake van wat onze vaderen noemden een „uitgaand werk" des Goddelijken doens, en steeds moet volgehouden, dat alle uitgaande werken aan den Vader, Zoon en Heiligen Geest gemeen zijn, of niet.
in drie-Godendom. De tekst zelf eischt dat dan Immers het is niet de Heere, die aan Abraham verscheen, die het kwaad van Sodom wil afwenden, en de Heere, uit den hemel, die het toch brengt. Eer omgekeerd staat er, dat de Heere die aan Abraham verscheen, en in Wien de ontferming zich openbaarde, zelf zwavel en vuur over Sodom en Gomorra deed regenen. Alleen maar „van den Heere, uit den hemel." Het is alzoo de Heere in zijn volheid, maar van Wien tweeërlei wilswerking hier openbaar wordt. Zoowel van den éénen kant, om Sodoms zonde met zelfvernieling te oordeelen en te straffen, als van den anderen kant de wil, om Sodoms zelfvernieling tegen te houden, te stuiten, en te voorkomen, indien er in Sodom nog een genoegzaam aanknoopingspunt
wel ge vervalt aanstonds ook.
voor
ontferming mocht te vinden
zijn
En
zegt
men
zijn.
nu, dat dit alles toch alleen in de voorstelling plaats greep,
want dat het Gode vooruit bekend was, dat in
Sodom
niet
merke men
zelfs die tien
gevonden werden, dan geven we
er op,
rechtvaardigen
dit grif toe,
maar dan
dat de Schrift ons tot onze leering en vertroosting
gegeven, en dat ook de verschijning aan
Abraham ons overgeleverd
is is,
ons tot een openbaring, opdat wij aldus in het geheimnis van het Goddelijk
doen zouden worden ingeleid en een inzicht zouden erlangen in
al
uit het toen
zulk doen
gebeurde en hier verhaalde
Gods
in het
gemeen, met heel
ons geslacht, en ook met ons persoonlijk. Juist daarom hebben
ook het recht niet
alleen,
maar
zelfs
den phcht,
om
al
we dan
zulke opmerkelijke
Schrift op te vatten als van diepere benu doende, kan men tot geen andere slotsom komen, dan dat de Heere, die hier aan Abraham verscheen, en, kon het, Sodom sparen wilde, onderscheiden wordt van dienzelfden Heere, van Wien de
uitdrukkingen in de Heilige teekenis.
macht
En
ter
dit
vernieling werkelijk uitgaat; waaruit volgt dat, overmits het
beide malen dezelfde Heere Eenerzijds een wil,
die
is,
tweeërlei wil
Sodoms verniehng
Gods
eischt,
hier tot uiting komt.
en anderzijds een
vdl,
Sodoms vernieling wil tegen houden. Het vraagstuk, waarvoor we stonden, achten we hiermede opgelost, en thans kunnen we verder. God >vil „de ellende", en wel als straf, als vloek, als oordeel. En toch voor God is die ellende, die vernieling van zijn schepdie
waarmee Hij ons het aanzijn vijandige macht en werking bestrijdt
ping iets dat ingaat tegen de bestemming, gaf,
en dat Hij deswege als een
Hem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Abraham Kuyper Collection | 692 Pagina's